Le Mur

Zoals veel films kan Le Mur van de Waalse regisseur Alain Berliner kort worden samengevat met `boy meets girl'. Toch is het belangrijkste thema van deze sympathieke film niet de ontluikende liefde tussen de Waalse Albert en de Vlaamse Wendy (gespeeld door Pascale Bal), maar de taalstrijd die België al meer dan een eeuw verscheurt. Zoals een van de hoofdpersonen in de film uitlegt aan een Australiër: ,,Wij hebben geen aardbevingen en geen vulkanen in België, alleen problemen tussen Franstaligen en Vlamingen.''

Le Mur is een fabel, met een moralistische ondertoon. Uiteindelijk moet iedereen in België partij kiezen, waarschuwt Berliner. Ook de gemoedelijke Albert, die zichzelf niet Waal noemt maar Belg en die vlot overschakelt van Frans op Nederlands. Deze laatste der Belgen drijft een patatkraam pal op de taalgrens. Hij bakt zijn frieten in het Franstalige deel van het land en verkoopt ze in Vlaanderen. Bij iedere bestelling doet hij een fortune cookie, met leuzen als `Als er een probleem is, is er een oplossing. Anders is er geen probleem.'

Op 31 december 1999 heeft Albert zelf een groot probleem. Als hij na een eindejaarsfeest bij een Vlaamse vriend weer naar huis wil gaan, blijkt er in het holst van de nacht een muur opgetrokken. Een muur, die Franstalig België letterlijk van Vlaanderen scheidt. Niet alleen loopt de muur dwars door zijn frietkot, Albert is bovendien aan de verkeerde kant terecht gekomen en beschikt niet over het visum dat voortaan nodig is om de grens over te steken. Als hij onderdak zoekt bij zijn Vlaamse vriend, blijkt deze het te gevaarlijk te vinden om een `Franskiljon' onder te brengen. Het moment is gekomen waarop ook Albert partij moet kiezen.

Le Mur is geen tijdloze klassieker. Buiten de Belgische werkelijkheid verliest het verhaal veel van zijn kracht. Maar de film in ijzige blauw-grijze tinten is wel intrigerend. Door de mengeling van een liefdesverhaal met een parabel over de Belgische taalstrijd en daar nog tussendoor gevlochten het verhaal van een vader die genoeg had van het leven en daarom zijn zoon opzadelde met een patatkraam.

Bijzonder is ook de mengeling van werkelijkheid en verbeelding. Zo wordt Albert in een achtervolgingsscène gered door een plots voorbijdenderende trein die uit het niets voortkomt. In het land van het surrealisme kan alles gebeuren, als je maar hard denkt.

Uiteindelijk blijkt hard denken ook de muur tussen Vlamingen en Walen te slechten en kan Albert concluderen: ,,De muur zit in ons hoofd.''

Le Mur (Alain Berliner, België, 1998), Ned.3, 23.25-00.32u.