Kosovo is hard op weg naar onafhankelijkheid

De Amerikaanse regering is, volgens media in de VS, `om': zij acht de onafhankelijkheid van Kosovo op termijn niet te vermijden. De Europeanen denken er heel anders over.

In Kosovo vordert het normaliseringsproces, zij het moeizaam. De vluchtelingen zijn teruggekeerd. De wederopbouw is begonnen. De VN-missie UNMIK is er de baas. Het Kosovo Bevrijdingsleger UÇK heeft zich al sputterend opgeheven en omgevormd tot een Kosovo Beschermingskorps TMK.

Natuurlijk: iedereen weet dat de UÇK-strijders veel, en zeker ook hun beste wapens hebben verstopt in plaats van ze af te geven. Maar dat wordt vooralsnog door de vingers gezien. Iedereen weet ook dat de meeste Serviërs en Roma zijn verdreven, en dat diegenen die dat niet zijn niet veilig zijn. Dat wordt niet door de vingers gezien, maar erg concreet is de bescherming die UNMIK en de vredesmacht SFOR de minderheden bieden ook weer niet. Iedereen ziet ook dat Kosovo wordt gealbaniseerd, dat de tweetaligheid verdwijnt, dat het cyrillische alfabet verdwijnt, dat naast de taal van de Serviërs ook die van de andere minderheden – Rom, Turks – taboe worden, dat zelfbenoemde Albanese douaniers met insignes met de tekst `Republiek Kosovo' langs de grenzen met Servië zijn geïnstalleerd. Ook dat wordt door de vingers gezien, want conflicten met de Albanezen en hun leiders willen UNMIK en KFOR vermijden.

Kosovo koppelt zich los van Servië. Met andere woorden: Kosovo is hard bezig de facto onafhankelijk te worden, onder bescherming van de VN. En het VN-bestuur werkt daar volop aan mee, niet omdat het dat graag wil, maar omdat de banden tussen Kosovo en Servië de facto nu eenmaal doorgesneden zijn en de provincie toch moet worden opgebouwd. Om die reden is de Duitse mark nu wettig betaalmiddel – niet meer de Joegoslavische dinar. Om die reden wordt gewerkt aan nieuwe identiteitspapieren voor de Kosovaren waarop ze niet als staatsburgers van Joegoslavië worden vermeld, hoewel ze dat de jure wel zijn (voorlopige door de VN uitgereikte papieren waarop ze wèl als Joegoslavische staatsburgers werden geïdentificeerd werden in juni door honderdduizenden Kosovaarse vluchtelingen direct verscheurd).

Binnenkort moet worden beslist over de privatisering van de mijnen van Trepca en de krachtstations van Priština – eigendom van de Servische staat. En nu al is duidelijk dat aan die privatisering geen Serviër te pas komt.

Volgens The Washington Post is in de VS een omslag gaande. Resolutie 1244 van de Veiligheidsraad, die het UNMIK-bestuur in Kosovo en de vredesmacht KFOR in het leven riep, bepaalt dat Kosovo deel uitmaakt van Servië en Joegoslavië. Zo wil de internationale gemeenschap het en NAVO-secretaris-generaal Solana sloot vorige week de onafhankelijkheid van Kosovo nog eens categorisch uit.

Maar, zo schrijft de Post, in Washington gaat men ervan uit dat die onafhankelijkheid niet meer tegen te houden is en het Amerikaanse beleid wordt in die zin bijgesteld. ,,Sleutelfiguren van het State Department en het Pentagon hebben geconcludeerd dat Kosovo op zekere dag onafhankelijk zal zijn. (...) De VS worden een leidend voorstander van de onafhankelijkheid van Kosovo'', aldus de Post.

De achterliggende gedachte is er een die al in juni op de achtergrond speelde: de resolutie stelt dat Kosovo deel uitmaakt van Servië en Joegoslavië, maar aan de andere kant moet UNMIK een democratisch zelfbestuur opstellen. Maar dat bestuur zal na de ervaring die de Kosovaren met de Serviërs hebben opgedaan, nooit akkoord gaan met een herstel van welke Servische heerschappij dan ook, óók niet als in Belgrado een democratischer regime aantreedt en óók niet over tien of twintig jaar. Te geloven dat Kosovo ooit nog een normale Servische provincie kan zijn, is naïef. Sterker: hoe democratischer Kosovo wordt, hoe minder de Serviërs er nog iets te zeggen zullen hebben.

Met hun nieuwe opvatting gaan de Amerikanen lijnrecht in tegen de Europeanen, die tégen een onafhankelijk Kosovo zijn. Onverwachts komt de ommezwaai overigens niet, want Washington heeft al maanden veel nauwere banden met het radicale UÇK en zijn leider Hashim Thaçi dan de Europeanen. Thaçi is al sinds februari – tijdens de conferentie van Rambouillet – `de man van de Amerikanen' en in de oorlog om Kosovo hebben het UÇK en de CIA nauw samengewerkt. De Europeanen hebben veel meer gegokt op de gematigde Ibrahim Rugova, wiens rol na zijn raadselachtige gedrag in en na de oorlog grotendeels lijkt te zijn uitgespeeld.

De VS riskeren ook een groot conflict met Rusland, dat mordicus tegen een Kosovaarse onafhankelijkheid is. ,,Rusland zal geen aanpassing van resolutie 1244 toestaan. Ze moet in haar totaliteit worden uitgevoerd'', zei onlangs een Russische woordvoerder. Rusland is ook tegen nieuwe identiteitspapieren voor de Kosovaren, tegen douaneposten langs de grens tussen Kosovo en Servië en tegen de mark als munteenheid.

De belangrijkste reden waarom de Europeanen tegen een onafhankelijkheid van Kosovo zijn is de vrees dat de nieuwe staat het zuidelijke buurland Macedonië zal destabiliseren. De ontevreden Albanese minderheid in Macedonië kan in haar separatistische gevoelens worden aangemoedigd door een onafhankelijkheid van Kosovo en Macedonië `opblazen'. Dat kan Albanië, Griekenland en Bulgarije in het geweer brengen, wellicht ook Servië en Turkije, met een veel grotere Balkan-oorlog als potentiële mogelijkheid.

Zo stuit in Kosovo de ene vorm van Realpolitik op de andere: dat Kosovo geen Servisch gezag meer accepteert is duidelijk. Dat de consequentie daarvan, de onafhankelijkheid, tot een grote oorlog kan leiden, is ook duidelijk. Deze twee gegevens kunnen niet worden verzoend. Dat daarbij Kosovo de facto steeds meer op onafhankelijkheid afstevent, is een complicerend gegeven dat het Westen onder tijdsdruk zet: het moment waarop een principebesluit over de toekomst moet worden genomen nadert naarmate de wederopbouw van de regio vordert.

Dossier www.nrc.nl