Kok wil Afrikahulp `vernieuwen'

Premier Kok wil hulp aan Afrika koppelen aan de bereidheid deel te nemen aan regionale vredesoperaties van de VN.

Afrikaanse landen die bereid maar financieel niet in staat zijn om deel te nemen aan regionale vredesoperaties van de Verenigde Naties moeten met voorrang ontwikkelingshulp en schuldverlichting krijgen. Dit voorstel heeft premier Kok gisteren in New York gedaan als voorzitter van een door Nederland georganiseerd speciaal Afrika-debat in de Veiligheidsraad.

Door de omvang van ontwikkelingshulp en schuldverlichting te koppelen aan de bereidheid deel te nemen aan regionale vredesoperaties kunnen ,,nieuwe wegen'' ontstaan voor het afdwingen van vrede en vredeshandhaving op het Afrikaanse continent. Kok vroeg secretaris-generaal Kofi Annan van de VN dit voorstel, waarover binnen de VN al werd nagedacht, verder te willen uitwerken.

Aan het debat namen behalve de vijftien leden van de Veiligheidsraad nog 35 landen deel.

De Nederlandse regering waarschuwt voor ,,Afro-pessimisme'' maar maakt zich tegelijkertijd grote zorgen over de oorlogen, instabiliteit en achterblijvende ontwikkeling van Afrikaanse landen. Hun problemen zijn ,,zó fundamenteel, dat de wijze waarop wij deze uitdagingen aangaan - en dat zullen we zeker doen - niet alleen het leven en de toekomst van miljoenen Afrikanen zal beïnvloeden maar ook nog lange tijd de geloofwaardigheid van de Verenigde Naties raakt'', aldus Kok. ,,Dodelijke conflicten'' als tussen Ethiopië en Eritrea en het ,,ontstellende humanitaire drama'' in Angola dreigen ,,vergeten oorlogen'' te worden, zei hij.

Voor Nederland betekent dat dat de banden met Afrikaanse landen die betekenis hebben voor de stabiliteit op hun continent worden versterkt. En ook dat de bilaterale hulp wordt geconcentreerd op landen met ,,een gezond economisch en sociaal beleid en een goed bestuur'', zo onderstreepte Kok het beleid van minister Herfkens. De ,,Afrikaanse prioriteit'' brengt voorts mee dat tenminste de helft van de Nederlandse ontwikkelingshulp naar Afrika gaat en Afrikaanse landen bovenaan staan op de agenda voor schuldverlichting. De premier had eerder gisteren verklaard dat er geen meningsverschillen zijn tussen de ministers Pronk (VROM) en Herfkens over het ontwikkelingsbeleid. Hij had Pronk, die in twee dagen in New York was voor een VN-forumdebat over het verband tussen armoede en milieubeleid, woensdagmorgen ,,toevallig'' ontmoet. Van Pronk, minister voor Ontwikkelingssamenwerking van 1973 tot 1977 en van 1989 tot 1998, had Kok begrepen dat eerder deze week in een televisie-uitzending ,,ten onrechte'' de indruk was ontstaan als zou hij het oneens zijn met de nieuwe opzet van de Nederlandse bilaterale landenhulp onder zijn opvolgster Herfkens. Voor een RVU-documentaire over vijftig jaar ontwikkelingshulp waren afzonderlijke interviews met Herfkens en Pronk zó gemonteerd, dat het erop leek dat zij elkaars beleid kritiseerden. Maar Pronk, die Herfkens in de uitzending niet met naam had genoemd maar voorwaarden die juist zij stelt aan bilaterale hulp ,,risicoloos'' had genoemd, had Kok verzekerd dat hij slechts zijn eigen vroegere beleid had willen verdedigen. ,,Daarmee is voor mij de kous af'', zei de premier, die oorspronkelijk boos had gereageerd op het nieuws uit Nederland over Pronks opmerkingen. Voor een extra complicatie in deze kwestie had trouwens het feit gezorgd dat de RVU vooraf aan media een band met de interviewteksten had toegezonden die dinsdagavond laat uiteindelijk niet allemaal werden uitgezonden. In de uitzending zelf kwam bijvoorbeeld Pronks opmerking dat Nederland met een bilateraal hulpbeleid als het huidige ,,op de verkeerde weg' is niet meer voor.