Journalistiek

Zet een hoop journalisten bij elkaar in een te warm, van de buitenwereld afgesloten zaaltje, geef ze een microfoon en een vette kluif, genaamd `de Haagse politiek', en je hebt voorlopig geen kind aan ze. Kok had gisteravond doodgemoedereerd een staatsgreep kunnen plegen – wij, journalisten, hadden in de Balie in Amsterdam wel iets anders te doen.

`De pers onder paars' was het thema van de discussie onder leiding van Jan Tromp, adjunct-hoofdredacteur van de Volkskrant. Na afloop was de stemming nogal gedrukt. Journalisten hokten in sombere groepjes voor het podium bijeen, sommigen wankelden naar de uitgang in het volle besef dat ze ooit ten aanzien van hun beroepskeuze een fatale vergissing hadden begaan, anderen – de meerderheid, helaas – zochten vergetelheid bij de bierpomp.

Wat was er in vredesnaam gebeurd?

Eerst had Max van Weezel, ex-parlementair redacteur van Vrij Nederland, verteld waarom hij uit de parlementaire journalistiek was gestapt. Uit zijn inleiding rees `Den Haag' op als een massale nieuwsfabriek, waarin journalisten elkaar met veel ellebogenwerk verdrongen voor de trog met meestal onbeduidende primeurs. Onbevangen interviews met leidende politici waren steeds moeilijker geworden. Bij een interview ging een kwart van je tijd op aan het interview zelf, de rest was je bezig met onderhandelingen over voorwaarden en eindtekst. Na zo'n vervelende ervaring met een staatssecretaris van Volkshuisvesting had Van Weezel er de brui aan gegeven.

De journalisten in het forum konden Van Weezels ervaringen alleen maar bevestigen. ,,Mijn animo om politici te interviewen is bijna verdwenen'', zei Jules Paradijs, chef van de Haagse redactie van De Telegraaf. Hij had onlangs bijna een interessant gesprekje gehad met minister Borst. ,,Maar net toen ze een aardige uitspraak wilde doen, begon de voorlichter naast haar driftig nee te schudden.''

Hannie van Leeuwen, Tweede-Kamerlid voor het CDA in de jaren zeventig, begreep niet waarom journalisten zich zo gemakkelijk lieten manipuleren. Waarom vormden ze geen gesloten front tegenover de politici? Concurrentieoverwegingen, daar kwam Paradijs' antwoord op neer. Van Leeuwen begreep ook de politici-van-nu niet. ,,Vroeger hadden we niet eens een voorlichter. We hadden lef. Ik heb in mijn partij zo vaak gedonder gehad over uitspraken in interviews.''

,,We zitten in onderlinge gevangenschap'', sloot Tromp de avond adequaat af.

Vroeger was alles beter. Politici waren open boeken, journalisten onbeïnvloedbare nieuwsjagers. Zou het zo simpel zijn? Welnee, hield een oud-parlementair verslaggever me op weg naar de uitgang voor, machtige politici hielden ook vroeger hun mond, interviews met hen hebben zelden iets opgeleverd: je moet die lui kritisch volgen, praten met hen heeft geen zin.

In grote verwarring verliet ik daarop het pand – overigens niet richting Den Haag.