Jeugdfoto's van Nederland

Het aardige van de fototentoonstelling van Ben van Meerendonk in De Burcht in Amsterdam is dat de bezoeker zelf mag uitmaken wat het thema van de expositie zou kunnen zijn. De bezoeker mag ook zelf bedenken met welke achterliggende gedachte en met welk doel deze foto's zijn geselecteerd en vooral: wat ze precies voorstellen en wanneer ze zijn gemaakt. Want hoewel Van Meerendonk (1913) persfotograaf was, de bijschriften zoals die ooit bij deze foto's in de krant stonden, ontbreken hier.

Aanvankelijk is dat gebrek aan informatie hinderlijk. Je wilt bij het bekijken van een foto weten wat je ziet, waar het is, wie het is, in welk jaar het gebeurde. Je ziet Orson Welles, maar wanneer was hij hier? En Jayne Mansfield — ik weet dat ze daar staat op de redactiebureaus van De Telegraaf, maar weten anderen dat ook? En in welk jaar was dat precies? Uiteindelijk is dat ontbreken van bijschriften soms ook een voordeel: de toeschouwer moet goed kijken, zoeken naar herkenning, de hele foto bestuderen. En dan ontstaat geleidelijk een totaalbeeld: het alledaagse naoorlogse Nederland, beheerst door wederopbouw en soberheid.

De inhoud en betekenis van deze fototentoonstelling zal voor iedereen verschillend zijn. Voor de een is het een bewijs van het vakmanschap van Van Meerendonk, de oprichter van het Algemeen Hollands Fotopersbureau (1945-1969). Voor de ander geeft het een beeld van de diversiteit van zijn werk: nieuws, faits divers en `nieuwsloze' en `gewone' foto's die nu illustraties zijn van `sociale geschiedenis'. Nog weer anderen zullen vooral bewondering opbrengen voor Van Meerendonks bedrevenheid in het componeren van een foto en de fraaie nuanceringen in grijzen.

Je ziet wat je wilt zien, je hebt je hoogstpersoonlijke associaties, je creëert je eigen verhaal. Samensteller Herman Selier deed dat ook bij zijn selectie uit de honderdduizend foto's die het Instituut voor Internationale Geschiedenis nu heeft van Van Meerendonk. Een foto van een vader die met een schort om voor de kinderen zorgt, bewijst dat voorbeeldige vaders niet van de laatste tijd zijn. En een foto van de Waterloopleinbuurt zou er niet hangen als niet alles wat daarop is te zien, nu is verdwenen. Hetzelfde geldt voor de foto van de aanleg van de zojuist weer opgeruimde `snelweg' over het Amsterdamse Museumplein.

Voor mij — een exemplarische geboortegolver uit maart 1946 — is de expositie van Van Meerendonk de herkenning van de tijd van mijn jeugd. De vroegste foto is er nog een uit de oorlog: het ophangen van een affiche dat waarschuwt tegen Engelse bombardementsvliegers, die de burgerbevolkig niet sparen. De jongste foto — denk ik — is er een van The Beatles. Die moet zijn uit 1964, toen ze voor het eerst en laatst in ons land waren. Tussendoor herken ik interieurs, een foto van Drees, nieuwbouwblokken, de juskom op tafel, een Fasto-geyser, gegalvaniseerde teilen waarin peuters spelen, net zoals ik destijds.

Merkwaardig is dat de expositie officieel `Tsja wat zullen we eten...' heet, maar dat daarvan bij de presentatie van de tentoonstelling in De Burcht in Amsterdam (het voormalige Vakbondsmuseum in Berlage's gebouw van de Diamantbewerkersbond) nauwelijks iets is terug te vinden. De titel is ontleend aan een liedje dat bij de Avro-radio `De groenteman' inluidde, een receptenrubriek die werd uitgezonden van 1951 tot 1979. De titel duidt op overvloed, maar daarvan was nu juist in die eerste naoorlogse jaren geen sprake. Tekenend is de foto waarop een jongen een bord laat zien met de tekst `Hoera! Dankzij deze producten van schooltuintjes houdt mijn moeder deze week geld over.'

Ook uit veel andere foto's blijkt die schaarste: het uitdelen van schoolmelk, jongetjes die borden pap leegeten. De foto van de traditionele maaltijd met aardappelen, vlees en groente lijkt dan alweer luxe van later. Jarenlang waren nog allerlei levensmiddelen op de bon, langer dan in enige ander Westeuropees land. De bonnen voor koffie verdwenen als laatste in 1952. Wellicht is dat ook het jaar waarin Van Meerendonk de foto maakte van een wagen op een bloemencorso met de tekst `Thank you mr. Marshall'. Dankzij het Marshallplan en de geleide loonpolitiek (het poldermodel van toen) leefde de economie weer op. Pas begin jaren '60 was alle karigheid over: er was volledige werkgelegenheid en welvaart met auto's, en ijskasten. Ouders mopperden toen nog wel op harde rock en pop uit de gezinsradio. Maar dat was na 1968 ook voorbij.

Tsja wat zullen we eten? Foto's van

Ben van Meerendonk.

De Burcht,

Henri Polaklaan 9,

Amsterdam.

T/m 27 febr 2000.

di t/m vr 11-17u;

zo 13-17u.

Za, ma en officiële feestdagen gesloten.