Jacob Kramers (1802-1869)

Kramers was Nederlands eerste professionele lexicograaf. Omstreeks 1848 nam uitgeverij G.B. van Goor hem als zodanig in dienst. Hij was ook een van de productiefste woordenboekmakers uit de negentiende eeuw. Hij vertaalde, bewerkte en schreef ruim twintig woordenboeken en -boekjes. Zijn belangrijkste woordenboeken zijn Kramers' kunstwoordentolk (eerste druk 1847, inmiddels 29ste druk), een aardrijkskundig woordenboek en een tweedelig Frans vertaalwoordenboek.

Net als veel andere lexicografen begon Kramers zijn loopbaan als schoolmeester. Hij stond voor de klas in Vreeswijk en Leiden en was kostschoolhouder te Schoonhoven. Kramers schreef de meeste woordenboeken onder zijn eigen naam. Een uitzondering vormen de zakwoordenboekjes Frans, Engels en Duits, die hij publiceerde onder het pseudoniem A. Jaeger. Omstreeks 1868 liet hij die schuilnaam vallen. Hij had niet geaarzeld om aan dit verzoek te voldoen, schreef hij in een toelichting aan zijn uitgever, ,,daar ik thans, beter dan bij vroegere uitgaven, gelegenheid had om het Werkje aan eene naauwkeurige herziening te onderwerpen en veelzijdig te verbeteren''. Aan het einde van zijn leven kampte Kramers met een drankprobleem. Zijn uitgever moest hem soms met correctiewerk in een kamer opsluiten, om iets van hem gedaan te krijgen. In 1869 liep hij een gracht in en verdronk.