Italië stelt pijnlijke ingreep begroting uit

Het Italiaanse kabinet voorziet voor volgend jaar een begrotingsingreep van vijftien biljoen lire (zeventien miljard gulden), de laagste van de afgelopen tien jaar. De onvermijdelijke ingreep in de pensioenen is doorgeschoven naar het jaar 2001.

,,Deze begroting maakt het ons mogelijk de doelstelling van het stabiliteitspact te bereiken, maar zonder bloed en tranen voor onze burgers'', zei premier Massimo D'Alema bij de presentatie van de financiële plannen. ,,In plaats van alleen maar te praten over linkse zaken, voert deze begroting ze uit.''

De premier stond onder druk om zich beter te profileren bij zijn linkse kiezers. Voor hen wees hij met name op de belastingverlaging voor lagere inkomens, de steeds hardere en succesvolle strijd tegen belastingontduiking, het afromen van staatspensioenen boven de 150.000 gulden per jaar, en een reeks maatregelen om de werkgelegenheid te bevorderen.

De afgelopen jaren is er steeds een crisissfeer ontstaan rondom de begroting, maar die ontbreekt nu. Dat komt vooral omdat D'Alema een ingreep in de pensioenen voor zich uit heeft geschoven. Bij een voorlopige pensioenhervorming in 1996 was afgesproken dat die in 2001 ter discussie zou worden gesteld. Van veel kanten werd ervoor gepleit om dit met een jaar te vervroegen, omdat een ingreep onvermijdelijk is en beter zo snel mogelijk kan gebeuren. Na fel verzet van de vakbonden heeft D'Alema hiervan afgezien.

Doel is volgend jaar het begrotingstekort terug te brengen naar 1,5 procent, het percentage dat met de Europese partners is afgesproken. Italië had dit voorjaar toestemming gekregen zijn tekort voor dit jaar te verhogen van 2,0 naar 2,4 procent, maar minister van Schatkist Giuliano Amato heeft de afgelopen weken gezegd dat voor dit jaar het tekort dicht in de buurt van de oorspronkelijk beoogde 2,0 procent zal liggen.

Een belangrijke structurele maatregel is ook een soort intern stabiliteitspact waarmee het kabinet de uitgaven van regio's onder controle wil brengen. De begrotingsingreep bestaat voor 11 biljoen lire uit bezuinigingen op de lopende uitgaven. De resterende vier biljoen lire moet voornamelijk komen uit de versnelde verkoop van onroerend goed in handen van de overheid.