In het land van de stille moordenaar

Minister Netelenbos (Verkeer) is op bezoek in Zuid-Afrika. Het land wil vooral weten hoe Nederland de verkeersveiligheid bevordert.

Precies op het moment dat Nederlandse en Zuid-Afrikaanse deskundigen zich maandag in Pretoria over de verkeersveiligheid bogen, was het weer raak. Bij de plaats Lydenburg, ruim 250 kilometer ten oosten van Pretoria, schoot een bus van de weg, waarbij 27 mensen, onder wie 26 bejaarde Britse vakantiegangers, om het leven kwamen. Het dodental als gevolg van busongelukken alleen liep daarmee op tot 59 binnen een week.

Door deze speling van het lot mochten de verkeersdeskundigen in Pretoria zich plotseling in ieders belangstelling verheugen. Vooral de Zuid-Afrikaanse verkeersminister Abullah Omar was dankbaar voor het seminar met de Nederlanders. Na een eerder busongeluk vorige week had hij ook al hoopvol verwezen naar het aanstaande bezoek van zijn Nederlandse collega Netelenbos en de experts in haar gevolg. Daarmee hoopte hij aan te tonen dat hij er op alle niveaus aan werkte om de toestand te verbeteren.

De situatie blijft vooralsnog verontrustend. ,,Steeds als mijn huishoudster in het weekeinde de bus naar haar dorp neemt, slaak ik een zucht van verlichting als ze weer heelhuids is teruggekeerd'', aldus een Nederlandse diplomaat in Pretoria. Maar niet alleen busreizen zijn hachelijk in Zuid-Afrika. Ook andere weggebruikers lopen aanzienlijke risico's.

In totaal sterven er jaarlijks een kleine tienduizend mensen op de weg, bijna negen keer zoveel als in Nederland. Bovendien deden zich vorige jaar bij de circa half miljoen ongelukken in het land voor met 36.000 ernstig gewonden.

Zo'n 84.000 mensen kwamen er van af met lichtere verwondingen. En dit alles ondanks het feit dat er in beide landen ongeveer even veel auto's – zes miljoen – rondrijden. Wel heeft Zuid-Afrika, vergeleken met Nederland, een veel grotere bevolking, zo'n veertig miljoen.

,,Als er elke week een vliegtuig met honderden passagiers uit de lucht viel, zou de regering allang fors hebben ingegrepen'', meent Peter Elsenaar van het Nederlandse ministerie van Verkeer en Waterstaat, die het gevaar op de weg omschrijft als dat van ,,de stille moordenaar''.

,,Onze regering heeft tot voor kort zowel politiek als financieel gezien onvoldoende prioriteit toegekend aan de verkeersveiligheid'', stelt Jack van der Merwe, hoofd van een provinciaal samenwerkingsorgaan voor de wegen in Zuid-Afrika. Pas toen het dodental was opgelopen tot elfduizend per jaar, ondernam de overheid actie.

Wat hadden de Nederlanders hun Zuid-Afrikaanse collega's verder te vertellen? Dat bij hen het dodental inmiddels tot even boven de duizend per jaar is teruggebracht, slechts een derde van wat het zo'n dertig jaar geleden was. Op allerlei fronten zijn in Nederland maatregelen genomen. Zo is de wegindeling aangepast om fietsers en voetgangers te sparen, zijn de rijvaardigheidseisen strikter geworden, worden mensen die (snelheids)voorschriften overtreden of de alcoholnormen overschrijden strenger aangepakt. Bovendien zijn er veel bewustwordingscampagnes gevoerd onder scholieren en volwassenen.

Na Zweden en Engeland is Nederland daarmee het veiligste land in Europa geworden. Maar daarmee neemt het land nog geen genoegen. Voldaan informeerde minister Netelenbos haar gehoor dat er inmiddels een programma Duurzaam Veilig is gelanceerd, dat beoogt het dodental nog eens met tientallen procenten terug te brengen. Hiervoor is tweehonderd miljoen gulden uitgetrokken. ,,Duurzaam veilig erkent dat de mens centraal staat in het hele systeem'', meldde Netelenbos.

,,Ik word jaloers als ik dat hoor'', zegt Van der Merwe. ,,Wij hebben daarvoor gewoon het geld niet.'' Niettemin hebben de Zuid-Afrikaanse autoriteiten de afgelopen paar jaar niet stilgezeten. Ze hebben verscheidene plannen gelanceerd om het dodental te verminderen. En niet zonder succes. Vorig jaar kwamen er `slechts' 9.060 mensen om het leven. Maar Omar geeft toe dat er nog veel meer nodig is. ,,Het is nog steeds een afschuwelijk hoog cijfer.''

De verzamelde deskundigen zijn het erover eens dat de situatie op de weg niet los kan worden gezien van de sociaal-economische problemen van Zuid-Afrika. Bij veel van de ongelukken zijn bij voorbeeld minibussen betrokken. Dat zijn meestal oude voertuigen, die in een slechte conditie verkeren en veel te gladde banden hebben. Voor weinig geld vervoeren ze minder kapitaalkrachtige Zuid-Afrikanen. Als de overheid die busjes van de weg zou halen, zouden niet alleen de chauffeurs hun broodwinning verliezen, maar zouden velen worden beroofd van hun laatste transportmiddel dat ze zich nog konden veroorloven.

Ook als de aanpak op papier goed oogt, wil de uitvoering nog wel eens te wensen overlaten. Corruptie is geen uitzondering, waardoor de inning van boetes en de vervolging van verkeersovertreders soms moeizaam verlopen.

Na twee dagen overleg werden de Nederlandse en de Zuid-Afrikaanse experts het er over eens om de samenwerking aan te halen. De Zuid-Afrikanen zouden graag zien dat een Nederlandse deskundige hen bijstaat bij de invoering van nieuwe rijexamens. Ook de invoering van radarapparatuur zou de toestand kunnen verbeteren. Beide zijden zien veel mogelijkheden en projecten, maar zoals vaker is het voornaamste probleem het geld. ,,Ik hoop dat minister Herfkens van Ontwikkelingssamenwerking er wat aan wil bijdragen'', zegt Elsenaar.