`Hypotheekaftrek niet te ontzien'

De overheid ontkomt er op den duur niet aan de huizenbezitter fiscaal harder aan te pakken en daardoor een einde te maken aan de onevenredige bevoordeling ten opzichte van de huurder. Dit stelt de prominente fiscalist Leo Stevens in een artikel over de belastingherziening in het Weekblad voor Fiscaal Recht dat vandaag verschijnt.

Volgens de hoogleraar Stevens, extern adviseur van staatssecretaris Vermeend van Financiën, past de bevoordeling van de huizenbezitter niet in het belastingstelsel dat vanaf 2001 van kracht wordt. ,,In de nieuwe plannen krijgt de woningeigenaar met een hoog salaris per gulden betaalde rente een subsidie van 52 cent van de overheid. De renteaftrek kost nu al 10 miljard gulden. En de ruimte voor aftrekbaarheid zal ook in de toekomst maximaal worden benut. De huurder daarentegen ziet zijn subsidie teruglopen op het moment dat hij iets meer verdient. Bij de huizenbezitter loopt de subsidie dan juist op.''

De waarde van het eerste huis blijft in nieuwe systeem (in de zogeheten box 1 voor het arbeidsinkomen) slechts met een huurwaarde van 1,25 procent belast, terwijl de financieringskosten volledig aftrekbaar zijn tegen het progressieve tarief. Stevens pleit ervoor om dit bezit naar box 3 (sparen en beleggen) over te hevelen, zodat het huis – net als de rest van het vermogen – jaarlijks tegen het vermogensrendementstarief wordt belast. ,,De politiek moet dan maar bepalen of er bijvoorbeeld tot 300.000 of 400.000 gulden voor de eigen woning een vrijstelling komt. De onbeperkte aftrekbaarheid van hypotheekrente voor het eerste huis kan dan wel blijven bestaan, maar dat gebeurt in box 3 dan tegen 30 procent en niet tegen het maximum van 52 procent.''

Met deze aanpassing wil Stevens voorkomen dat de overheid in latere instantie moet overgaan tot rigoureuzer maatregelen, bijvoorbeeld wanneer een rentestijging de belastingaftrek voor de overheid onbetaalbaar heeft gemaakt. ,,Dan wordt de huizenbezitter, die zich massaal met leningen heeft volgezogen, met veel hogere lasten geconfronteerd, bijvoorbeeld op het moment dat de rente hoger ligt. Zo breng je de nette burger in moeilijke tijden in problemen.'' De uitlatingen van de prominente fiscalist zijn extra pikant omdat Stevens adviseur van Vermeend is geweest bij de totstandkoming van het Belastingplan 2001.

Stevens zegt echter dat in samenspraak met Vermeend nooit aan zijn `intellectuele onafhankelijkheid' is getornd, zodat hij niet `monddood' is gemaakt. Als wetenschapper voelt hij zich trouwens ook ,,niet onderworpen aan het politieke taboe'' om de huizenbezitter fiscaal aan te pakken. ,,Als eigenwoningbezitters massaal – en voor de financiering onnodig – vreemd vermogen aantrekken'' bewijst dit de onevenwichtigheid van het systeem, dat volgens Stevens ,,voetje voor voetje'' moet worden gewijzigd.

Een andere onevenwichtigheid in het voorgestelde belastingsysteem betreft volgens de Rotterdamse hoogleraar de ondernemer die meer dan 5 procent aandelen heeft in zijn bedrijf, de zogeheten aanmerkelijkbelang-aandeelhouder. Deze wordt volgens Stevens in het nieuwe stelsel, dat volgens Financiën voor iedereen voordelen zou bieden, met een lastenverzwaring geconfronteerd. ,,Stel: de eigenaar van een familiebedrijf heeft alle aandelen in handen. Behalve 35 procent vennootschapsbelasting moet deze ondernemer ook nog eens belasting betalen over zijn vermogen. Al met al komt hij daarmee op een belastingdruk van 54,5 procent en dat is meer dan de hoogste belastingschaal van 52 procent.'' Om deze onevenwichtigheid weg te nemen stelt Stevens voor de belastingdruk op aandelenbeleggingen te verlagen. Hij bepleit een gesplitst rendementstarief van 25 procent voor aandelenbeleggingen en 35 procent voor de rest.

Hoewel de fiscalist in grote lijnen voorstander van de plannen is, signaleert hij een probleem in de boxen-aanpak die onderscheid maakt tussen inkomsten uit arbeid en uit vermogen. De uiteenlopende belastingdruk tussen de drie boxen nodigt volgens hem uit tot pogingen om in de goedkoopste box terecht te komen. ,,Het stelsel impliceert een systeem van gesloten boxen, maar waterdicht is het nog niet. Dat zal zeker, ook door Vermeend, nog kritisch worden bezien.''

ACHTERGROND: pagina 16