HUMOR

Het alfabet heeft altijd een onweerstaanbare aantrekkingskracht gehad op satirici. Net als op de familieleden van bruiden en bruidegoms trouwens, vandaar de talloze huwelijks-abc's.

Bij satirici heeft dit geleid tot allerlei humoristische woordenboeken, een genre dat in 1994 in kaart is gebracht in een nieuwjaarsgeschenk van uitgeverij Van Dale, getiteld Vrouw, zie ook Hemel en Hel. Humoristisch-satirische woordenboeken in Nederland in de 18de en 19de eeuw. Het boekje, dat is samengesteld door Ewoud Sanders en Nop Maas, bevat een bloemlezing uit elf woordenboekjes, met als oudste het Zinryk en schertsend woordenboek uit 1759.

Een voorbeeld uit het Ironiesch comiesch woordenboek uit 1821 van A. Fokke Simonsz.: `Vertaalen - Dit woord komt meer en meer in gebruik, en maakt thands de bezigheid van een groot aantal persoonen uit, die nog kort te vooren naauwlijks leezen konden; al wat slegts bon jour, wie gehts, en how di do, kan zeggen, vertaalt uit het Fransch, Hoogduitsch en Engelsch, in het Nederduitsch, of ten minsten in een zekere wartaal, of patois, welke zij Nederduitsch noemen, en die zich aan geene der gevestigde taalregelen bindt.'

Ook in de twintigste eeuw zijn nog heel wat van dit soort titels verschenen, zoals Kom, lach mee! Verklarend Okédemies woordenboek (1934), het Amusant Zorgenverdrijvend woordenboek (1939) en, als jongste, het Lexicon voor feestgangers (1994) van Atte Jongstra. De boekjes maken ook duidelijk dat humor erg tijdgebonden kan zijn.