Het papier is op zijn retour

Per jaar studeert slechts een handjevol makers van woordenboeken af. Het vak heeft een slecht imago.

WOORDENBOEKEN MAKEN kun je in Nederland leren aan de Universiteit Leiden of de Vrije Universiteit in Amsterdam. Afgestudeerden hebben over beroepsperspectieven niet te klagen en toch kampen beide opleidingen met te kleine en teruglopende studentenaantallen. Aan de twee universiteiten samen studeren per jaar niet meer dan ongeveer vier woordenboekmakers af.

Waaraan is dat gebrek aan belangstelling te wijten? Een belangrijke oorzaak is het slechte imago van het vak. De gemiddelde middelbare scholier heeft nog nooit gehoord van de wetenschap die lexicologie heet. En als de scholier zich er iets bij probeert voor te stellen, zal het weinig met het moderne leven te maken hebben, en alles met langdurig bladeren in dikke stoffige boeken.

,,En dat terwijl er zoveel ontwikkelingen zijn!'', roept de hoogleraar Willy Martin van de Vrije Universiteit. Het woordenboekenvak is door de komst van de computer enorm aan het veranderen. Martin voorspelt dat er over tien jaar nauwelijks nog woordenboeken op papier zullen worden uitgegeven. Alle informatie zal beschikbaar zijn in de vorm van elektronische taalhulpjes die op elk moment in elk computerprogramma kunnen worden opgeroepen en de gebruiker dan terzijde staan met alle informatie over woorden, zinsconstructies en stijl die hij nodig heeft. De studie lexicologie is volgens Martin niet alleen interessant voor mensen die woordenboeken willen maken, maar voor ,,iedereen die zich met informatiedistributie bezighoudt'', zoals `kennismanagers'. Zulke mensen zijn hard nodig in de op handen zijnde informatiemaatschappij.

De Leidse hoogleraar Piet van Sterkenburg neemt een filosofischer standpunt in: ,,Ik ben al tevreden als ik aan een handjevol studenten mijn eigen enthousiasme voor het vak kan overdragen. Als ik die mensen vervolgens ook nog op een goede baan terecht zie komen, is dat mooi.'' Toch geeft hij zijn Amsterdamse collega op één punt gelijk: ,,Het papieren woordenboek is op zijn retour. Een goede lexicoloog moet ook met de computer kunnen werken. Dat moet ook een onderdeel van elke goede opleiding zijn.''

Bij de grootste woordenboekuitgever in Nederland, Van Dale, zijn de studenten uit Amsterdam en Leiden van harte welkom. Terwijl het maken van woordenboeken tot een jaar of twintig geleden nog vooral een ambacht was waarvoor geduld en precisie belangrijker vereisten waren dan academische vaardigheden, gaan de veranderingen in het woordenboekenbedrijf volgens Rik Schutz, uitgever van Van Dale, tegenwoordig zo snel en zijn ze zo ingrijpend dat er doorlopend behoefte is aan professionele krachten. ,,Wij zijn natuurlijk geen grote werkgever, maar we hebben wel regelmatig behoefte aan nieuwe mensen.''

Toch kleven er volgens Van Sterkenburg nadelen aan de woordenboekuitgever als werkgever: ,,Vaak nemen ze een aantal mensen aan als er een nieuwe druk van een woordenboek moet worden klaargemaakt, om die mensen met dezelfde snelheid te bedanken als die nieuwe druk er eenmaal ligt.''

Dat Willy Martin iets optimistischer is, komt misschien doordat het studiepakket dat hij aanbiedt zich vooral richt op vertaalwoordenboeken, terwijl de Leidse studenten vooral leren werken aan eentalige woordenboeken. In het Europa van de eenentwintigste eeuw heeft het vertaalwoordenboek, of de vertaaldatabase, naar verwachting de toekomst. Een ander verschil is dat de Vrije Universiteit een complete studierichting lexicologie aanbiedt, terwijl studenten in Leiden zich alleen in het kader van hun talenstudie zoals Nederlands of Frans bij Van Sterkenburg in de lexicologie kunnen specialiseren.

Toch blijft het imagoprobleem knagen. Ook bij Raffaela Vlot die zich na een vertalersopleiding wilde verdiepen en zich daarom als student bij de lexicologische opleiding aan de Vrije Universiteit aanmeldde. Ze liep stage bij een tweetal uitgevers en weet zich bijna verzekerd van werk dat haar interesseert als ze eenmaal afgestudeerd is. ,,Maar als ik medestudenten vertel dat ik met woordenboeken werk, denken ze dat ik de hele dag woorden uit mijn hoofd zit te leren'', zegt ze. ,,En zijn ze verbaasd als er een woord is dat ik niet blijk te kennen.''

OPLEIDINGEN

    • Marc van Oostendorp