Het Braziliaanse voorbeeld

Als het om Brazilië gaat kan het IMF met zijn nieuwe sociale hervormingsplannen maar beter gelijk inpakken. Medewerking van de regering is daar niet te verwachten.

Nog voordat president Camdessus van het IMF zijn mond had opengedaan, had de minister van economische zaken van Brazilië de nieuwe IMF-plannen voor armoedebestrijding al de grond ingeboord. ,,Het IMF moet zich ten ene male onthouden van ingrijpen in de sociale sfeer'', zei minister Pedro Malan zondag in Washington. ,,Daar is het Fonds niet voor toegerust.'

Opmerkelijk, deze uitspraak uit de mond komt van iemand die het afgelopen jaar bijna meer IMF-geld ontving dan de probleemkinderen Indonesie en Rusland bij elkaar. (Brazilië kreeg 18,1 miljard dollar, tegenover 8,6 aan Rusland, en 11,4 aan Indonesie)

Verontrustend wordt het echter als men bedenkt dat Brazilië volgens de berekeningen van de Wereldbank – het land is met de grootste sociale ongelijkheid ter wereld. De rijken van Brazilië verdienen dertig keer zoveel als de armen. Een blanke man verdient dubbel zoveel dan zijn zwarte sexe-genoot, en vier keer zoveel dan een zwarte vrouw. Daarbij komt dat 34 procent van de bevolking moet leven van een inkomen dat niet hoger ligt dan 1 dollar per dag.

De officiële werkloosheid ligt rond de vijftien procent. En daarnaast is Brazilië kampioen van de meest ongelijke landverdeling ter wereld: tachtig procent van het platteland is in handen van slechts 5 procent van de bevolking. Op welk land zou de nieuwe IMF-politiek van rechtvaardigheid en armoedebestrijding beter van toepassing zijn dan op Brazilië?

Toch meent ook de IMF-directeur voor Brazilië, Murilo Portugal, zich al onmiddellijk tegen zijn eigen organisatie te moeten verzetten: ,,Aandacht voor het sociale hoeft alleen voor de armste landen, niet voor Brazilië'', zei hij gisteren in Washington. Om zijn stelling kracht bij te zetten wijst hij naar de cijfers van het bruto nationaal product (BNP), omgerekend naar inwonertal. ,,Het armoedeprobleem is in Brazilië niet zo groot'', concludeert de Braziliaan. Zo bezien staat Brazilië er inderdaad beter voor dan veel andere landen, waar het BNP aanmerkelijk lager ligt. Wat Murilo Portugal er echter níet bijvertelt is dat vijftig procent van de Braziliaanse bevolking samen rond moet zien te komen van slechts 11 procent van het BNP. Zeventig procent van de rijkdom gaat naar de tien procent rijksten. En dat is aanzienlijk meer dan twintig jaar geleden, toen de rijken samen nog 54 procent van de buit opaten.

,,Voor de uitvoering van onze programma's zijn we afhankelijk van de voorstellen en medewerking van de regeringen in de landen zelf'', geeft Camdessus toe. Als het om Brazilië gaat kan het IMF met zijn nieuwe sociale hervormingsplannen dan maar beter gelijk inpakken.

Van veertig procent van het BNP die jaarlijks aan sociale verzekeringen en voorzieningen wordt besteed, komt tachtig procent bij de rijken terecht. Aan de armste tien procent van de bevolking wordt núl procent van de sociale uitgaven besteed. Plannen om hier verandering in te brengen zijn er niet.

,,Ik kan de armoede niet oplossen'', zei president Fernando Henrique Cardoso afgelopen maand juli, toen ook in Brazilië de armoedediscussie opflakkerde. Nerveus geworden door de `revolutie der armen' van president Chávez in buurland Venezuela, stelde de conservatieve senaatsvoorzitter Antonio Carlos Magelhaes een `fonds ter bestrijding van de armoede' voor. Iedereen zou één procent extra `armoedebelasting' moeten betalen. Het plan werd weggehoond.

De plotselinge preoccupatie met de arme medeburger klonk dan ook wel erg curieus uit de mond van een man die zijn hele politieke loopbaan niet anders heeft gedaan dan van moord verdachte grootgrondbezitters en corrupte industriëlen beschermen. Terecht werd zijn voorstel gezien als niet meer dan een `stunt' voor zijn kandidatuur bij de volgende presidentsverkiezingen.

,,Het zou de armen meer helpen belasting te heffen voor een `fonds ter bestrijding van politici als Magelhaes' dan dit voorstel serieus te nemen'', was het commentaar in de meeste Braziliaanse media.

Ook president Cardoso verzette zich tegen het `armoedefonds' van zijn bondgenoot Magelhaes. Maar dat had een andere reden. Jaren geleden had Cardoso zelf al eens iets dergelijks voorgesteld. Cardoso wilde een armoedebelasting heffen van mensen die voor meer dan vier miljoen gulden aan bezittingen hebben. Het voorstel moest het afleggen tegen de furieuze reactie van mensen als Magelhaes en de lobby van de elite.

,,De politieke situatie in Brazilië is er niet naar om nieuwe belastingen in te voeren'', stelt Cardoso nu, `realistisch geworden'. Al meer dan twee jaar is Cardoso bezig iets te doen aan de astronomische salarissen en pensioenen die de hogere Braziliaanse ambtenaren verdienen. Terwijl een leraar nauwelijks tweehonderd gulden per maand verdient, strijken bijvoorbeeld rechters en ambtenaren op de ministeries meer dan zestigduizend gulden netto per maand op. Het is Cardoso echter nog steeds niet gelukt een `bovengrens' voor deze salarissen in te stellen.

Toch is de Braziliaanse ongelijkheid niet zozeer het gevolg van onmácht als wel van politieke onwíl. Twee weken geleden nog becijferde het Braziliaanse Instituut voor Toegepast Economisch Onderzoek (Ipea) dat met een investering van nog geen 5 procent van het BNP alle armoede in Brazilië opgelost zou zijn. ,,En daar is niet eens economische groei voor nodig'', zei de econoom Ricardo Henriques die het onderzoek leidde.

Op dit moment wordt elk jaar voor 35 miljard gulden in Brazilië `herverdeeld', becijferde de onderzoeker. Voor het grootste deel gaat dat echter om een herverdeling van arm naar rijk. ,,Met 8 miljard extra aan herverdeling de andere kant op hoeft er in Brazilië geen mens meer te zijn die minder dan honderd gulden per maand verdient'', verklaart Ricardo Henriques. Volgens Henriques is het `absoluut mogelijk' de ongelijkheid in Brazilië vandaag nog de wereld uit te helpen.

,,De moeilijkheid is alleen dat de kleine groep die de politieke en economische elite vormt daarvoor enkele privileges zal moeten opgeven.''

En wie zal deze elite dwingen? Het IMF? De Wereldbank? Of zal er uiteindelijk ook in Brazilië toch een nieuwe `messias van de armen' zoals de Venezolaanse president Chávez aan te pas moeten komen?

    • Marjon van Royen