Haringvliet moet weer zeearm worden

Verbetering van biologische waarden speelt een grote rol bij de nieuwe plannen met het Haringvliet.

Het Haringvliet met aansluitend het Hollands Diep en de Biesbosch moet binnen een tiental jaren weer een zeearm worden, een gebied met wisselend tij en een overgangszone van zoet naar zout water.

Deze week is het Milieu Effect Rapport (MER) verschenen en kunnen belanghebbenden bezwaren indienen tegen de plannen van de overheid. Problemen worden onder meer gevormd door het verder binnendringen van het zoute water, wat de inname van drinkwater en bevloeiingswater voor de landbouw in gevaar brengt, en vergroting van de tijbeweging, waardoor aanpassingen in havens noodzakelijk zijn.

De plannen, die worden gecoördineerd door Rijkswaterstaat, zijn vooral gericht op de verbetering van de biologische waarden van het gebied en vormen een uitvloeisel van de Vierde Nota Waterhuishouding. Bijkomend voordeel van de terugkeer van eb en vloed vormen de grotere getijstromen als gevolg waarvan het nieuw aangevoerde rivierslib weer grotendeels in zee terechtkomt.

Bij de afsluiting van het Haringvliet in 1970 veranderde het gebied in een bezinkput waarin zich jaarlijks 5 miljoen kubieke meter slib afzet. De noodzakelijke baggerwerkzaamheden brengen op den duur grote kosten met zich mee.

Projectleider drs. J.C. van Hees van Rijkswaterstaat, directie Zuid-Holland, benadrukt echter dat het project vooral wordt ingegeven door het streven naar herstel van de natuurlijke waarden. Van Hees: ,,Al voor de afsluiting in 1970, in het kader van het Deltaplan, was men zich bewust van de grote achteruitgang die het gebied zou ondergaan. Maar in die tijd stond veiligheid voorop. Dicht was dicht. De Haringvlietsluizen met hun beweegbare kleppen zouden alleen opengaan om overtollig water te lozen. Later is men genuanceerder over afsluiting gaan denken. Denk maar aan de Oosterschelde die voor vele miljarden open mocht blijven.''

Na de afsluiting van het Haringvliet verdwenen de trekvissen die uit zee kwamen. Ook bovenstrooms in de Rijn en de Maas verminderde het aantal trekvissen. De Haringvlietdam vormde een onneembare fysieke barrière. Maar ook boven water was de afsluiting merkbaar. Vormde eerst de Biesbosch het grootste zoetwatergetijdengebied in Europa met uitgestrekte rietvelden en een rijke flora en fauna, na de afsluiting veranderde het gebied in een reincultuur van wilgen en brandnetels. In het Haringvliet en het Hollands Diep verdwenen de slikken en gorzen. Een onvoorzien probleem werd de oeverafslag. Doordat het waterpeil constant gehouden werd, liepen de golven steeds op hetzelfde front uit met erosie als gevolg. Nieuw sediment werd niet aangevoerd. Versterking met steenstort en het aanleggen van kaden vormden de enige remedie.

In de MER is nagegaan wat de gevolgen zijn van verschillende vormen van beheer van de Haringvlietsluizen. Het radicaalst is volledige openstelling van de sluizen. Alleen bij stormvloeden gaan ze dicht, zoals dat nu al gebeurt met de Oosterscheldedam. Van Hees: ,,Dat betekent niet dat de situatie van voor 1970 terugkeert. Toen het Haringvliet nog een echte zeearm was, was de doorlaatopening naar zee 20.000 vierkante meter. Door alle waterstaatkundige werken is de doorlaatopening nu teruggebracht tot maximaal 6.000 vierkante meter, bij volledig geopende sluizen. De oude situatie keert dus nooit meer terug.''

Niettemin dringt bij de stormvloedkeringvariant de zouttong weer ver landinwaarts. Niet alleen in het Haringvlietgebied zelf, maar ook in de Nieuwe Waterweg. De stuwdruk van het zoete water uit de Rijn valt weg bij volledige opening van de sluizen. Gevolg is dat in de Nieuwe Waterweg het zoute zeewater verder binnendringt, tot diep in de Hollandsche IJssel.

Rijkswaterstaat heeft nu ook gematigder beheersvormen doorgerekend: `Getemd Getij' en `Gebroken Getij'. Bij Gebroken Getij wordt af en toe zout water binnengelaten. Dit vormt geen enkel probleem voor de zoetwatervoorziening. Er kunnen trekvissen naar binnen, maar van belangrijk herstel van het getij is geen sprake. Van Hees: ,,Het lijkt een verbetering in vergelijking met de huidige situatie, maar dit beetje zoute water kan ook problemen geven. Als bij lage rivierafvoer de sluizen dichtgaan, verzamelt het zoute water zich in diepe putten. Je krijgt gelaagdheid van het water en zuurstofloosheid, vissterfte... Wij zien weinig ecologische voordelen in Gebroken Getij.''

De voorkeursvariant van Rijkswaterstaat is duidelijk Getemd Getij. Hierbij wordt de opening van de sluizen zodanig geregeld dat een gematigde getijdenbeweging ontstaat. De Hollandsche IJssel zal af en toe verzilten, maar met extra maatregelen valt daarmee te leven. Het zoetwaterinlaatpunt de Bernisse in het Spui, van vitaal belang voor het eiland Voorne-Putten, blijft gegarandeerd zoet. Het gemiddelde getijverschil in de Biesbosch, nu zo'n 30 centimeter, wordt meer dan een meter.

Van Hees: ,,Wij hebben berekend dat dit getemde getij een grote natuurwinst oplevert. Wel niet zo groot als volledig openstelling van de sluizen, maar toch groot. En de nadelen kunnen we grotendeels beheersen. Er komen op cruciale plaatsen meetpalen die het zoutgehalte bepalen, zodat we niet voor verrassingen komen te staan.''

Zeker is wel dat enkele zoetwaterinlaatpunten op het eiland Goeree-Overflakkee oostwaarts verplaatst moeten worden. De natuurorganisaties, Natuurmonumenten voorop, zijn zeer geporteerd voor het plan, maar zou de watersport zich niet verzetten? Van Hees: ,,Met een meter tijverschil wordt het gebied beslist avontuurlijker. Sommigen zijn daar niet van gediend, anderen juist weer wel. En wat de aanpassingen in de havens betreft: als bestaande vaste steigers vervangen moeten worden door duurdere drijvende steigers, zal het rijk heus wel bijpassen. Maar dat doen we in overleg, als oude steigers toch al aan vernieuwing toe zijn. We gaan beslist niet overhaast te werk, dit gaat nog jaren duren.''