Hangcultuur in de Grote Van Dale

Een park verenigt veel culturen. Het pas geopende Utechtse Griftpark wordt al het yuppenpark genoemd, maar dat geeft toch een eenzijdig beeld. Natuurliefhebbers, kinderen, skaters, skeelers, iedereen heeft zijn plek, zelfs de hangjongeren. De buurtboefjes hadden met hun officiële hangplek zelfs de primeur van het Griftpark.

Met hun nieuwe plek hebben ze een heel wat beter onderkomen dan het portiek van mijn kantoorpand. Daar hadden ze hun messen uitgeprobeerd op de verf van de voordeur en met schroevendraaiers de kwaliteit van het bellenbord getest. Het fietsenrek – toch stevig in stoeptegels verankerd – bleek als instrument voor powerlifting gebruikt te worden. En een knappend, knisperend geluid op een late zomeravond bewees dat ze van vuilniszakken een prachtige fik konden bouwen.

Na de opening van de hangplek is dat verleden tijd. Nu hebben ze een eigen overdekte plek, een plek die net als de andere elementen van het Griftpark strak is vormgegeven. De hangplek werd snel passend ingewijd. Het stalen netje van de betonnen tafeltennistafel bleek binnen een week niet hangplekbestendig genoeg.

De hangcultuur is inmiddels een wezenlijk onderdeel van de moderne samenleving. Maar de formele erkenning is nog niet doorgedrongen tot de laatste druk van Van Dale. `Hangplek' heeft weliswaar een plaats verworven in Van Dale, maar het woord `hangcultuur' ontbreekt.

Dat is ook in een ander opzicht een gemis. Op de menukaart van het betere visrestaurant prijken mosselen uit, jawel, de hangcultuur: tot wasdom gekomen in een hangsok in het water, waardoor ze zandvrij groeien.

Het is duidelijk, met de opmars van de hangcultuur mag dat woord in de volgende druk van Van Dale niet ontbreken.