Forse stijging lonen trouwe werknemers

Werknemers die het afgelopen jaar niet van baas zijn veranderd, hebben hun loon gemiddeld met 5,6 procent zien toenemen. Alle werknemers samen gingen er tussen oktober '97 en oktober '98 3,4 procent op vooruit.

Dat blijkt uit een vanochtend gepubliceerd onderzoek van de Arbeidsinspectie. De inspectie bekeek daarvoor de loonadministratie van 1785 bedrijven en instellingen die bij elkaar ruim 140.000 werknemers in dienst hebben.

Vorig jaar bedroeg het verschil tussen de gemiddelde loonstijging van alle werknemers en de stijging van de lonen van werknemers die bij dezelfde baas bleven (nu 2,2 procentpunt) nog maar 1,3 procentpunt. De lonen stegen toen eveneens 3,4 procent, terwijl honkvaste werknemer er 4,7 procent op vooruit gingen.

Dit verschil wordt volgens de Arbeidsinspectie veroorzaakt door een veranderende samenstelling van de beroepsbevolking. De instroom van relatief goedkope nieuwkomers op de arbeidsmarkt, zoals schoolverlaters, was in het nu onderzochte seizoen 1997-'98 groter dan de uitstroom van relatief dure werknemers zoals pensioengerechtigden en vutters.

Vorig jaar bedroeg het verschil nog maar 1,3 procentpunt.

De loonontwikkeling wordt voor de helft bepaald door CAO-afspraken over een algemene salarisstijging. De rest is het gevolg van prestatiebeloning, promotie of verandering van loonschaal door het bereiken van een bepaalde leeftijd of een bepaald aantal dienstjaren.

Iets minder dan de helft van alle werknemers in het bedrijfsleven ontving het afgelopen jaar een of meer eenmalige uitkeringen, die in totaal gemiddeld zo'n 3000 gulden bedroegen. Veel CAO's bevatten afspraken over eenmalige extraatjes als een eindejaarsuitkering of winstdelingsregeling. Voor werkgevers is het aantrekkelijk om hun personeel op deze manier te belonen omdat de loonsom op die manier kan `mee-ademen' met de bedrijfsresultaten. Mocht het straks economisch minder gaan, dan kan de extra uitkering zonder formele onderhandelingen worden ingekrompen of stopgezet.