Een zweem van nieuwheid

Soms verschijnt hetzelfde woordenboek onder verschillende titels tweemaal. Zo zijn er meer voorbeelden van `woordenboek-criminaliteit'.

UITGEVERS VAN woordenboeken halen allerlei streken uit om het koperspubliek bij de neus te nemen. Ruim tien jaar geleden bedacht de Duitse lexicoloog Franz Josef Hausmann daarvoor het begrip Wörterbuchkriminalität.

Woordenboeken bouwen op elkaar voort, en zullen in nieuwe edities gebruik maken van wat inmiddels elders is verschenen. Zo lang het niet een kwestie is van regelrecht overschrijven, is daar weinig op aan te merken; de doorsnee consument zal er weinig van merken. In zo'n geval is de term `criminaliteit' nogal zwaar aangezet.

De koper van een woordenboek zal zich echter genomen voelen als blijkt dat hij onder verschillende titels tweemaal hetzelfde woordenboek heeft gekocht. Dat overkwam onlangs iemand die zich in Moskou een veelbelovend Groot Woordenboek Russisch-Nederlands aanschafte. Later bleek het identiek aan het in 1979 bij Coutinho verschenen Russisch Woordenboek van A.H. van den Baar. De Russische uitgave was een roofdruk; zowel de namen van de uitgeverij als die van de twee auteurs bleken verzonnen.

Zulke praktijken zijn in het hedendaagse Nederland ondenkbaar. Wel kennen we uit het verleden een geruchtmakende plagiaataffaire, die in 1907-1908 werd uitgevochten in de kolommen van het weekblad De Amsterdammer. F.P.H. Prick van Wely bracht toen onder de aandacht dat L. van der Wal, bewerker van een nieuwe druk van het bij J.B. Wolters verschenen Engelsch Woordenboek, ruimschoots gebruik had gemaakt van zijn (in druk verschenen) aantekeningen bij dat woordenboek. Van der Wal, die glashard ontkende, had J.B. Wolters hiervan vooraf niet op de hoogte gebracht. Door onhandig manoeuvreren van de aanklager en de redactie van het weekblad liep de zaak met een sisser af.

Wat nieuw is verkoopt, dus geven ook uitgevers van woordenboeken hun publicaties graag een zweem van nieuwheid mee en proberen ze tekenen van veroudering te maskeren. Hoe? Door creatief om te gaan met druknummers en jaartallen. Van het bekende Nieuw Etymologisch Woordenboek van Jan de Vries vindt men nu bijvoorbeeld exemplaren die worden aangemerkt als vierde druk met jaartal 1997. De inhoud blijkt echter geheel identiek aan die van de eerste druk van 1971. Aan een ouder werk is door uitgever E.J. Brill dus een valse schijn van nieuwheid verleend. Ook een `zeventiende druk' van het Bargoens Woordenboek van Friso Endt, met het jaartal 1994 op de titelpagina, is in werkelijkheid de zoveelste oplage van de tweede druk uit 1974.

Woordenboeken die op dit punt geen enkele informatie verstrekken kan men beter laten liggen. Ronduit crimineel zijn natuurlijk aanduidingen als `herzien en vermeerderd' op uitgaven die in werkelijkheid ongewijzigde herdrukken zijn van oude teksten; vooral de inmiddels verdwenen woordenboeken van Campagne waren voor de Tweede Wereldoorlog berucht. Uitgeverij Van Goor had de gewoonte jaartallen die al te eerlijk de ouderdom van een woordenboek verrieden domweg te verwijderen. Nadeel van deze methode is dat de afwezigheid van een tijdsaanduiding wantrouwen bij de consument kan wekken.

De uitgeverijen Koenen en Van Dale bedachten een fraaie oplossing voor het verouderingsprobleem. In bepaalde edities van het Van Dale Handwoordenboek wordt expliciet melding gemaakt van alle nummers en jaartallen van nieuw verschenen oplagen; op die manier krijgt de consument steeds een recent jaartal voor ogen. Ook kopers van de elfde oplage van de 27ste druk van Koenen (jaartal 1985) zullen zich niet hebben gerealiseerd dat de tekst uit 1974 stamt. Dat de doorsnee koper ten onrechte denkt dat ook oplagen tussentijds worden herzien, is een bijkomstigheid die de uitgever niet onwelgevallig zal zijn.