Een zak met geld

Toen de Amsterdamse kunstenaarssociëteit De Kring enige jaren geleden failliet dreigde te gaan, boden twee heren een helpende hand. Harry de Winter en Bob Meijer waren bereid een zeer groot bedrag te fourneren teneinde het voortbestaan van de sociëteit te garanderen. Dat zij aan hun geste voorwaarden verbonden, stond buiten kijf. Dat de leden daarover gehoord moesten worden, stond ook buiten kijf – en hoe. De rekkelijken en preciezen stonden elkaar bijkans naar het leven, waarop zanger Tabe Bas vertwijfeld uitriep: ,,Nou zitten hier twee mensen met een zak vol geld om ons te helpen en nòg is het niet goed.'' Waarop de vergadering de heren in haar armen sloot en overging tot de orde van de bar.

Bijkans alle Tweede Kamerfracties sloten het kabinet in de armen toen bij de Algemene Beschouwingen bleek dat wel een miljard gulden aan extra uitgaven kon worden gegenereerd. De verlanglijstjes vlogen door de vergaderzaal en veel wensen werden ingewilligd. Maar nòg is het niet goed, vindt althans D66-minister R. van Boxtel die in Vrij Nederland klaagt dat ,,alle politieke tegenstellingen platgewalst leken'' en dat ,,alle duiding een kwestie van geld en moties is geworden. Er is geen sprake van een onderliggende visie''. Een uitzondering gold natuurlijk voor D66-fractievoorzitter T. de Graaf: die had tenminste stilgestaan bij ,,de gevolgen van de stormachtige ontwikkelingen in de informatietechnologie''. Na twee dagen Algemene Beschouwingen vroeg hij zich af of hij dit alles moest waarderen – niet dus. De vraag waarom hij zèlf niet in de weken voorafgaand aan de Algemene Beschouwingen een paar inhoudelijke kwesties had uitgewerkt voor zijn fractievoorzitter, wordt niet gesteld.

Ook J.A.A. van Doorn verbaast zich in HP/De Tijd dat de indruk wordt gewekt dat politieke problemen met een zak met geld lijken te kunnen worden opgelost en dat menigeen zonder een spier te verrekken spreekt over een `Nieuwe Gouden Eeuw'. ,,Onze tijd heeft meer van de negentiende eeuw, toen men ook geloofde dat alles met geld was op te lossen: de bedelaars en landlopers werden aan het werk gezet, en wie te weinig loon kreeg kon altijd nog naar de armenzorg.''

Waar onverwijld een zak met geld naar toe zou moeten, is Oost-Jeruzalem. Het stadhuis in de oude stad werkt volgens de richtlijn: het `stadsbudget' is voor de joden die er wonen, niet voor de Palestijnen, aldus de Israeli Amir Chesin in Elsevier. Hij was tien jaar lang adviseur van ex-burgemeester Teddy Kollek en beschouwt zich ,,medeplichtig aan de desastreuze stadspolitiek'', waarover hij onlangs een boek heeft geschreven. In Oost-Jeruzalem wordt op veel plaatsen geen vuil opgehaald omdat het Palestijns vuil is. Er staan talloze lege percelen omdat een bouwvergunning aan Palestijnen niet wordt verstrekt. Kollek kreeg volgens Chesin nooit iets gedaan: ,,Niemand is in Oost-Jeruzalem geïnteresseerd. Hij ook niet echt.''

Christenen voor Israel: pak de handschoen op en neem de woorden ter harte van oud Midden-Oosten diplomaat N. van Dam: ,,De pro-Israelische houding in Nederland is natuurlijk ook voor een groot deel toe te schrijven aan de Tweede Wereldoorlog en de vervolging van de joden in Europa, waardoor men geneigd was zijn ogen volledig te sluiten voor ontwikkelingen buiten dat drama. Het wàs een vreselijk drama, maar de Palestijnen hadden er niets mee te maken.''

Zou iemand de handschoen willen opppakken naar aanleiding van het artikel in De Groene Amsterdammer waarin aan de hand van nieuw onderzoek wordt betoogd dat F. Weinreb geen collaborateur was, maar onschuldig? Onderzoeker R. Marres heeft, aldus De Groene, anders dan eerdere Weinreb-vorsers oog voor de omstandigheden waarin Weinreb zich bevond. ,,Door zijn boek staat niet langer Weinreb, maar zijn stoet fanatieke vervolgers in het volle licht.'' Het vrije woord laat zich niet met geld het zwijgen opleggen. Dat is mooi, maar soms ook ietwat vermoeiend.