BETEKENIS (4)

zigeuner lid van een in Europa en Azië rondzwervend volk, donkerbruin van kleur, met glimmend zwart haar, eigen taal en gebruiken; metf. landloper, haveloze zwerver

Verschueren 1996

zigeuner lid van een oorspronkelijk uit Voor-Indië afkomstig en thans over de gehele wereld verspreid levend volk dat met name bekend is door zijn zwervende bestaan

Kramers 1998

zigeuner lid ve in Europa, Azië en Amerika rondzwervend volk vh blanke ras

Koenen 1999

zigeuner naam voor elk van de leden van een in Europa en een deel van Azië rondzwervend volk, van Indo-Germaanse oorsprong; (bij verg. bel.) haveloos of slordig gekleed persoon; (bij verg. bel.) iemand die een zwervend bestaan leidt

Van Dale 1999

ziel levensbeginsel inz. van de mens; geweten

Verschueren 1996

ziel onstoffelijk levensbeginsel in de mens, in sommige godsdiensten als onsterfelijk gedacht

Kramers 1998

ziel het niet-stoffelijke gedeelte vanwaaruit de mens leeft; (godsd) onsterfelijk deel vd mens

Koenen 1999

ziel het niet-stoffelijke, althans stoffelijk niet te bepalen beginsel op grond waarvan de mens leeft; in psychologische zin meer als het vermogen om gewaar te worden en te begeren, de zetel of bron van de gedachten, van het gevoel en de wil; het onbewuste, het niet logisch te beredeneren gevoels- en driftleven

Van Dale 1999