BETEKENIS (1)

Betekenis van woorden volgens de vier belangrijkste Nederlandse woordenboeken:

God Opperwezen, oorsprong en meester van het heelal, in monotheïstische godsdiensten

Verschueren 1996

God de Schepper, het Opperwezen

Kramers 1998

God het Opperwezen

Koenen 1999

God het Opperwezen, de Schepper, de Geest waardoor en waarin alles is, m.n. het opperwezen van joden en christenen

Van Dale 1999

Incest eig. bloedschande; seksuele handelingen van volwassenen met jongeren die aan hen zijn toevertrouwd

Verschueren 1996

Incest geslachtsgemeenschap tussen nauwe bloedverwanten, bloedschande

Kramers 1998

Incest geslachtsgemeenschap tussen bloedverwanten in nabije graad; bloedschande

Koenen 1999

Incest bloedschande; ontuchtige handelingen met het eigen minderjarige kind, stiefkind of pleegkind, zijn pupil of een aan zijn zorg, opleiding of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige

Van Dale 1999