Belg heeft `goed spul' te koop

In het onderzoek naar de met verboden groeihormonen ingespoten runderen in Brabant duikt een spoor op naar het Belgische hormonenmilieu. De Brabantse boer heeft er naar eigen zeggen niets mee van doen. De verdachte Belgische leverancier ook niet, zegt hij.

Ze zitten samen aan de keukentafel in hun boerderij. De hoofden gebogen. Zij, met tranen in de ogen: ,,Het heeft me tien jaar van mijn leven gekost.'' Hij: ,,Wij hebben niets met die hormoonrunderen te maken.''

De boerderij van de familie Geene staat even buiten het dorp Rijkevoort: honderd boerderijen en een windmolen in noordoost-Brabant, tegen de grens van Gelderland en Limburg. De boerderij van Geene is een van de twee bedrijven waar afgelopen maand Belgische `hormoonrunderen' zijn aangetroffen. De Algemene Inspectiedienst (AID) van het ministerie van Landbouw heeft de zaak sindsdien in onderzoek. Ze waren net begonnen met de vetmesterij, vertelt Math Geene. Hij had melkvee en 4.000 vleesvarkens. Elf maanden geleden stopte Geene met melken om over te stappen op het mesten van vleesrunderen. ,,Via, via'' hoorde hij de naam van de Belg Frans Aertsen uit Meer, niet ver van Antwerpen. Het is een bekende naam onder veehandelaren, als leverancier van `goed spul'.

Aertsen bracht in groepjes van tien en vijftien gedurende enkele maanden runderen van het witblauwe Belgische vleesras, vooral afkomstig van de veemarkt in het Waalse Ciney. In totaal 115 beesten voor in totaal 400.000 gulden.

Eind augustus kwam de controledienst van de Productschappen voor Vee, Vlees en Eieren, de CBD, langs. De familie Geene was net terug van vakantie. De controleurs namen dertig urinemonsters. Geene: ,,Eerst kregen we te horen dat er niets aan de hand was. Later kwam het bericht dat zes beesten positief waren. Ze werden weggehaald en vrijwel meteen vernietigd. `Kan ik nog een contramonster laten nemen', vroeg ik. `Die beesten zijn al in de put bij het destructiebedrijf in Son', zei de AID.''

Aertsen zorgde voor het exportklaar maken van de beesten. Na de koop op de veemarkt stonden de beesten zo'n twee weken bij hem in Meer bij Antwerpen. Voor een bloedtest, een gezondheidsverklaring en een dioxinetest.

Nadat de AID had vastgesteld dat de beesten met hormonen waren behandeld, houdt Geene Aertsen aansprakelijk. Geene weigerde de laatste groep runderen te betalen, waarop Aertsen volgens de boer door de telefoon riep dat hij die beesten dan wel zou komen ophalen.

Geene: ,,Ik zei hem nog dat ze onder beslag lagen en dat het niet mocht, maar daar trok hij zich niets van aan. In de nacht van 12 op 13 september kwamen in zijn opdracht twee Nederlandse transporteurs met veewagens de beesten ophalen.''

Terwijl een wagen op de afrit van de autoweg A73 wachtte, laadde de ander de eerste elf koeien in. De AID observeerde het tafereel. De dienst had drie dagen in de buurt van de boerderij gepost. In België zijn vaker in beslag genomen hormoonkoeien gestolen. Toen de eerste wagen met elf beesten weer op de autoweg was, greep de AID in. Geene ging naar de politie om te vertellen wat er gebeurd was. Hij had Aertsen nog zo gewaarschuwd, maar die wilde per se zijn runderen terug.

,,Wij hebben nooit iets met hormonen te maken gehad'', zegt Geene nog maar eens. ,,Wij waren pas een paar maanden bezig.'' Math Geene en zijn vrouw zijn kwaad op de AID die geen of onjuiste antwoorden zou geven. ,,Wij weten niet hoeveel beesten inmiddels positief zijn bevonden. Negentien horen we nu; dat wisten we niet eens.''

Na de mislukte diefstal van de runderen haalde de AID alle verdachte beesten uit de stal van Geene en vervoerde ze naar een onbekende locatie in afwachting van de resultaten van nieuwe analyses door TNO.

Advocaat mr. Th. Linssen uit Tilburg staat onvoorwaardelijk achter zijn cliënt. ,,Ze waren net overgestapt op het vetmesten en wisten niets van die hormonen. Op hun boerderij heeft de AID ook geen hormoonspullen aangetroffen. Mijn cliënt wist niet dat Aertsen al eerder iets te maken had met groeibevorderaars. Mijn cliënt heeft de referenties van de man niet nagetrokken.''

Frans Aertsen stond al in 1996 op lijst van verdachte vetmesters in België. Is vaker gepakt met hormonen. Voor het laatst 8 februari dit jaar. Toen werden in een Belgisch slachthuis in twee karkassen spuitplekken ontdekt.

Het leverde Aertsen een H-statuut op. Dat betekent dat hij geen dieren van zijn eigen veestapel mag verhandelen zonder dat hij de autoriteiten de gelegenheid geeft de door hem vetgemeste beesten op hormonen te laten onderzoeken. Het verhindert Aertsen niet om in Nederland actief te zijn. Aertsen levert naar eigen zeggen wekelijks zo'n honderd Belgische runderen af in het hele land.

Via de in België van `hormonenspuiterij' verdachte Aertsen belandt wekelijks een grote partij vlees in Nederlandse supermarkten en slagers. En Aertsen is niet de enige verdachte vetmester. Veel van zijn collega's leveren ongehinderd hun runderen in Nederland.

Aertsen zegt in een reactie: ,,Ik heb niets van doen met die kwestie. Bij ons zijn de runderen niet op hormonen gecontroleerd. Wat er daarna, of daarvoor, is gebeurd, weet ik niet. Je kunt met het oog niet zien of er hormonen in zitten, nietwaar? Ik heb geen problemen met dat H-statuut. Het werk gaat gewoon door.''

Staatssecretaris Faber (Landbouw) kondigde vorige week strenge controles aan op Belgische runderen. Bovendien wil zij de straffen verzwaren en een H-statuut invoeren, zoals België die kent.

Mr. L. Heukels, de Haarlemse raadsman van de Overijsselse vetmester bij wie vorige maand ook verdachte runderen zijn gevonden, zegt dat zwaardere straffen minder helpen dan beter controleren.

Heukels: ,,Als je het wilt aanpakken, moet de pakkans omhoog. Wat niet wegneemt dat het juridisch zeer lastig zal blijven om aan te tonen wie verantwoordelijk is voor het behandelen van de runderen. De boer of de verkoper, wie zal het zeggen.''