Star Wars wordt Star Trek

De drie eerste Star Wars-films (1977-83) van producent George Lucas tellen meer en slechts iets minder fanatieke fans dan de Star Trek-serie. De relatie tussen beide valt te beschrijven als die tussen een cult-epos en een surrealistische soap. Nu Lucas eindelijk op veelvuldig verzoek heeft besloten om een tweede trilogie te maken, met gebruikmaking van de modernste digitale technieken en met de geestelijk vader zelf voor het eerst sinds 1977 weer in de regisseursstoel, valt voorzichtig te constateren dat het verschil tussen beide klassieke series kleiner is geworden. Te verwachten viel dat Star Wars Episode I: The Phantom Menace, het begin van de tweede trilogie die de voorgeschiedenis van het tot episoden 4, 5 en 6 omgedoopte eerste drieluik moet vertellen, ons zou verlichten over de aard van de geheimzinnige Force, de mythologische oorsprong van de Jedi-ridders, kortom: meer Tolkien en Castaneda dan voorheen al het geval was. In werkelijkheid laat Lucas veel raadsels intact en triomfeert slechts de techniek. De trucages en effecten in The Phantom Menace zijn geraffineerder en gecompliceerder dan ooit tevoren, maar verdieping van de sage lijkt geen moment aan de orde: Star Wars is een succesformule geworden, die eindeloze variaties op hetzelfde in het vooruitzicht stelt.

Er zijn in The Phantom Menace weinig personages aan te treffen met wie het publiek even hartstochtelijk kan meeleven als met de avonturier Han Solo, de dappere prinses Leia of de wijze oude ridder Obi-Wan Kenobi. Laatstgenoemde is nu, in de vertolking van Ewan McGregor, een jonge leerling van een andere ridder (Liam Neeson), maar geen van beiden krijgt veel eigen karakter. De moeder van Leia, koningin Amidala (Natalie Portman), is ook een figuur van bordkarton, slechts opvallend door haar modieus-oosterse gewaden. De ergste teleurstelling vormt de jonge, als redder van het universum uitverkoren Anakin Skywalker, gespeeld door een onuitstaanbaar schattig kinderacteurtje (Jake Lloyd): hij kan leuk met knopjes van bommenwerpers spelen, maar het zal een hele hijs worden om hem in de komende twee afleveringen te transformeren tot de kwade genius Darth Vader.

Alleen de in soulkleding gestoken, grappig krom pratende Jar Jar Binks, een paardachtige vertegenwoordiger van het als minderwaardig beschouwde Gunga-ras, krijgt de lachers op zijn hand. De beschuldiging van racisme werd door Lucas iets te gemakkelijk weggewuifd, want het kan toch geen toeval zijn dat in The Phantom Menace een economische oorlog gevoerd wordt tussen een handelsfederatie en de Galactische Republiek, met als belangrijke inzet de slavenhandel. Star Wars ontmoet Gone with the Wind, en het resultaat is een voorspelbare hit, die te weinig moeite doet ook een eigen karakter te verwerven. Op een paar gedenkwaardige momenten na, zoals de veldslag tussen Gunga's en Droids, geduchte vechtrobots ten dienste van het kwaad, is Star Wars Episode I: The Phantom Menace een bleke formulefilm, en dus een forse teleurstelling.

Star Wars Episode I: The Phantom Menace. Regie: George Lucas. Met: Liam Neeson, Ewan McGregor, Natalie Portman, Jake Lloyd, Samuel L. Jackson, Terence Stamp. In: 102 theaters.

    • Hans Beerekamp