Schuld en boete in Dengs dorp

Drie mannen hebben de afgelopen 50 jaar hun stempel gedrukt op de geschiedenis van de Volksrepubliek China. Hun idealen zijn terug te vinden in de modelsamenlevingen die zij schiepen. Vandaag het rijke dorp Daqiuzhuang van Deng Xiaoping.

Het moet ergens achter in een stoffige fabriekshal zijn geweest dat aan het leven van boekhouder Wei Fuhe een einde kwam. De stromannen van de buizenfabriek zouden daar, op een winterdag in 1993, nog haastig wat banken bijeen hebben gesleept voor de vier ad hoc leden van de jury. De boekhouder stond terecht voor de verduistering van bedrijfsgelden. Binnen enkele minuten achtte de jury de aanklacht bewezen. Het vonnis luidde de dood. Onder toeziend oog van enkele dorpsoudsten nam de jury zelf de knuppels ter hand.

Het incident betekende het begin van het einde van `het rijkste dorp van China'. Zo snel als de ster van Daqiuzhuang [spreek uit Taa-tjoo-dzwang] in de annalen van de communistische partij was gestegen, zo luidruchtig was de knal toen een einde kwam aan de onbevlekte reputatie van het dorp onder de rook van de havenstad Tianjin.

Het dorp diende jarenlang als lichtend voorbeeld voor de drommen partijkaders die van hun achtergebleven boerengehuchten succesvolle industriebases wilden maken. Daqiuzhuang was de trofee van het socialisme `met Chinese karakteristieken', waar de boeren de rijkdom hadden bereikt die China's onbetwiste leider Deng Xiaoping voor ogen stond. Dit was de plaats waar zijn dictum, dat rijk worden prachtig is, ter harte werd genomen.

De inwoners van Daqiuzhuang, dat inmiddels een district is geworden, schuiven alle eer voor het succes van eertijds naar Yu Zuomin. Yu was het hoofd van het dorpscomité, de plaatselijke partijchef en de voorzitter van het conglomeraat van bedrijven dat Daquizhuang zo welvarend heeft gemaakt. Nu is hij de man die voor twintig jaar achter slot en grendel zit voor zijn aandeel in de moord op de sjoemelende boekhouder Wei. Maar ondanks zijn veroordeling weten velen in Daqiuzhuang te vertellen dat Yu Zuomin degene was die niet lang na het aantreden van Deng Xiaoping in 1978 de markteconomische signalen uit Peking aangreep om zijn geboortedorp te bevrijden uit de diepe crisis die er heerste op het Chinese land. ,,Yu begreep meteen dat wanneer zijn dorp afhankelijk zou blijven van de landbouw, het nooit rijk zou kunnen worden'', zegt Sun Guiqiu van het plaatselijk kantoor voor projectontwikkeling.

De vier collectieve bedrijven die het economische mirakel van Daqiuzhuang voor elkaar wisten te boksen en die al gauw de persoonlijke aandacht kregen van Deng Xiaoping, waren het initiatief van Yu. De Tianjin Jinmei Groep is nog altijd een schoolvoorbeeld. Het bedrijf werd in 1980 door 26 boeren opgezet met een kapitaal van 22.000 gulden en groeide in 18 jaar uit tot een conglomeraat van negen ondernemingen, 67 fabrieken, zevenduizend werknemers en met een omzet van bijna een miljard gulden. Een selecte groep van de vijfduizend dorpelingen deelde in de welvaart. De 30.000 migrantenarbeiders van elders niet. Maar dat laatste hield de propaganda achter. Het ging tenslotte om een belangrijke boodschap: de plattelandsbedrijven zouden de ruggengraat van de Chinese economie moeten worden.

Door de zanderige straten van Daquizhuang reden Cadillacs en Mercedessen. Er werd gewoond in luxe villas. Het dorp bouwde zijn eigen `Hongkongstraat', een witbetegelde winkelpromenade. En de beloning van alle werknemers verliep volgens een strak schema van `loon naar werk'. Modelwerkers van de eerste graad kregen een villa, die van de tweede graad dezelfde villa gevuld met meubels. Een derde graads modelarbeider kreeg daarbij ook nog eens een set huishoudelijke apparaten, en een werknemer van de vierde graad ten slotte al het voorgaande plus een auto. Die ongelijkheid werd met evenveel verve verdedigd als de gelijkheid van Mao's modelcommune Dazhai. In Daqiuzhuang, zo heette het, werden de mensen samen rijk. IJver en verstand werden slechts een beetje extra gewaardeerd.

De belegering van Daquizhuang, zeggen de bewoners, was heel onfortuinlijk. De politie, die enkele dagen na de moord op de boekhouder onderzoek kwam doen, werd de toegang tot het dorp geweigerd. Een burgermilitia, gewapend met de handpistolen die in een van de joint venture bedrijven in het dorp zouden zijn vervaardigd, wierp hoge barricades op. En het kostte een politiemacht van ten minste duizend man drie dagen om door de vesting heen te breken. De daders, onder wie een zoon van comitéhoofd Yu, werden uiteindelijk opgepakt en de man die tot dan toe nog in heel China werd gevierd als de vaandeldrager van Dengs politiek, verdween na een spraakmakende rechtzaak wegens medeplichtigheid achter de tralies.

De bekentenis van Yu werd breed uitgemeten in de Chinese media en zij gold als een officiële waarschuwing van de regering aan het adres van de nieuwe klasse Chinezen die aan China's pas verworven welvaart begon te knagen. ,,Toen Daquizhuang zijn rijkdom verwierf'', aldus Yu, ,,ben ik mijzelf te buiten gegaan. Ik dacht boven de wet te staan en had geen oog meer voor de innerlijke reinheid.'' De leiders in Peking, waarmee Daquizhuang nauwe banden onderhield – Yu had zitting in een adviescollege van de partij – trokken hun handen resoluut van de modelgemeenschap af. Voor de Chinese regering was daarmee de kous af.

Maar zes jaar na het incident heerst in Daquizhuang nog altijd verontwaardiging. De vier conglomeraten van het dorp hebben hun weg vervolgd en de touwtjes zijn nog steeds in handen van familieleden van Yu. De werknemers vinden dat in orde, ,,want het zijn de Yu's aan wie wij onze rijkdom te danken hebben'', aldus een bankwerker.

Wie anders kan erover meepraten dan een zoon van Yu. ,,China is een rechtsstaat'' zegt Yu Shaoguo, ,,als je de regels overtreedt, ga je eraan.'' Yu junior heeft daar, anders dan zijn vader, respect voor. ,,Maar iedereen maakt fouten. Wanneer een samenleving in ontwikkeling is, dan stoot je als voorloper gemakkelijk je hoofd. Mijn vader was zo'n voorloper.''

Tweede deel in een serie van drie. Aflevering één verscheen in de krant van dinsdag 28 september.