Liberalisering gas kan 2 mld kosten

Door de liberalisering van de gasmarkt dreigt de Nederlandse schatkist ruim 2 miljard gulden aan aardgasbaten per jaar mis te lopen.

Dat blijkt uit een onderzoek van de Algemene Rekenkamer dat vandaag aan de Tweede Kamer is aangeboden. De Rekenkamer heeft aan de hand van een eigen rekenmodel vastgesteld dat ,,de beoogde liberalisering van de Nederlandse gasmarkt tot een aanzienlijke inkomstenderving van de staat leidt''.

Het openstellen van de binnenlandse markt zal tot gevolg hebben dat verkooporganisatie Gasunie (voor de helft in eigendom van de staat, voor het overige van Shell en Esso) marktaandeel verliest. Buitenlandse aanbieders van gas uit bijvoorbeeld Groot-Brittannië en Noorwegen zullen die plaats op de Nederlandse markt gaan innemen. Bovendien, zegt de Rekenkamer, is te verwachten dat de gasprijzen als gevolg van de liberalisering zullen dalen, ,,waardoor de jaarlijkse batenderving voor de staat ten minste enkele honderden miljoenen guldens per jaar zal bedragen en zelfs kan oplopen tot ruim 2 miljard gulden''. Jaarlijks ontvangt de staat ongeveer 9 miljard gulden aan inkomsten uit het aardgas.

De Rekenkamer adviseert minister Jorritsma van Economische Zaken daarom het huidige aardgasbatenbeleid aan te passen. Dat is voornamelijk gebaseerd op heffingen op binnenlandse productie. Geïmporteerd gas wordt veel minder zwaar belast.

Minister Jorritsma heeft afwijzend gereageerd op de voorstellen van de Rekenkamer. Zij acht andere vormen van heffing ,,niet wenselijk en ook niet mogelijk'' omdat dat niet past binnen een liberale markt. Meer in het algemeen stelt Jorritsma dat de financiële risico's waar de Rekenkamer op wijst ,,voornamelijk een exogeen karakter'' hebben, omdat ze mede het gevolg zijn van een door Europese richtlijnen opgelegde liberalisering. In een in het adviesrapport opgenomen nawoord tekent de Rekenkamer daar echter bij aan dat het tempo van liberalisering wel degelijk Jorritsma's eigen keuze is. De kabinetsplannen gaan uit van een volledig vrije gasmarkt in 2007, terwijl volgens Brussel kan worden volstaan met 33 procent van de markt.

De financiële gevolgen van de liberalisering zijn met veel onzekerheid omgeven, zo erkent de Rekenkamer. Bij haar berekeningen voor het meest realistische scenario gaat ze er vanuit dat de Gasunie 20 procent van de binnenlandse markt zal verliezen, en de prijzen met 10 procent zullen dalen. Dan komt het verlies voor de staat maximaal uit op ongeveer 1,5 miljard. Als de prijzen met 20 procent dalen, wordt het verlies 2,2 miljard. Maar dan moet de Gasunie wel in staat zijn dat deels te compenseren met export. Lukt dat niet, dan loopt de staat 3 tot 3,5 miljard gulden mis.

GASGEBOUW: pagina 17