Een schoktherapie voor financiële wereld Japan

Met de verkoop van bank LTCB aan een buitenlandse onderneming geeft de Japanse regering een duidelijk signaal af. Japanse banken moeten efficiënter worden en geen beleid aanhangen dat tot veel faillissementen heeft geleid.

De overname van de Long Term Credit Bank (LTCB) door een buitenlands consortium zal ,,een stimulerende schok geven in de Japanse financiële wereld''. Dit zei Hakuo Yanagisawa, voorzitter van Japans Financial Supervisory Commission gisteren tijdens de bekendmaking van de keuze voor het Amerikaanse Ripplewood Holdings als toekomstige partner van de LTCB. Die keuze was gebaseerd op Ripplewood's ,,heldere visie op verhoging van de efficiëntie van de bank''. Yanagisawa heeft aldus gekozen voor een schoktherapie voor Japans banken, nadat negen jaar lang pappen en nathouden de erfenis van de `zeepbel' (de hausse in grond- en aandelenprijzen eind jaren tachtig) slechts heeft verergerd en de afgelopen twee jaar tot een aantal grote faillissementen heeft geleid.

Ripplewood wil van de LTCB een bank maken in de lijnen van grote zakenbanken in de VS. De LTCB moet in de toekomst producten en diensten gaan verlenen in samenwerking met de banken uit onder meer de VS die geld in de LTCB steken, zei Timothy Collins, de baas van Ripplewood, gisteravond tijdens een persconferentie in Tokio. Jarenlang heeft de LTCB zich uitsluitend gericht op het doorschuiven van leningen richting de industrie, en streek het simpelweg het verschil op tussen de rentes van geleend en uitgeleend geld. In de toekomst moeten dergelijke rente-inkomsten minder dan de helft van de totale inkomsten uit gaan maken. De oude taak van de LTCB was belangrijk tijdens de wederopbouw, toen geld schaars was, maar is na de geslaagde inhaalrace met het Westen al jaren uit de tijd. Tijdens de `zeepbel' tien jaar terug pompte de LTCB zijn kapitalen in volledig mislukte, speculatieve projecten, hetgeen vorig jaar uiteindelijk tot faillissement en nationalisatie leidde.

Wegens de komst van buitenlandse eigenaren is er ongerustheid over de eigen toekomst bij debiteuren van de LTCB die net zo traag zijn geweest in het opruimen van de `zeepbel-resten' als de LTCB zelf. Onder de grootste debiteuren van de LTCB zijn enkele slecht aangeschreven bedrijven die wel eens worden genoemd in lijsten van mogelijke slachtoffers van de huidige golf van noodzakelijke herstructureringen. Om niet te veel opschudding in de Japanse economie te veroorzaken heeft Ripplewood dan ook moeten beloven dat het de eerste drie jaar de kredieten van vaste relaties van de LTCB laat doorlopen. Collins zei gisteren echter wel dat de nieuwe LTCB ,,revitalisering (van relaties) stimuleert en herstructureringen zal steunen''.

Voor het uitvoeren van het nieuwe beleid heeft Ripplewood een opvallend team bij elkaar gezet. De leiding komt in handen van Masamoto Yashiro, die eerder zijn sporen heeft verdiend als hoofd van de lokale vestiging van de Amerikaanse Citibank. Als enige buitenlandse bank in Japan heeft Citibank een net van kantoren opgezet voor particuliere rekeninghouders, waarmee het direct de concurrentie is aangegaan met Japans financiële molochs. Naast Yashiro komen er twee opvallende externe bestuursleden, die aangeven dat Ripplewood zijn zaken goed heeft voorbereid: Takashi Imai, voorzitter van de machtige industriële lobbygroep Keidanren, en Hirotaro Higuchi, voormalig voorzitter van de economische adviesraad van de premier.

De grote vraag die openblijft is wat er gebeurt met de daders. De ondergang van de LTCB kost de belastingbetaler miljarden. De bank heeft jarenlang schulden verborgen gehouden, waarbij controle van de overheid een wassen neus is geweest. ,,De overheid moet de bevolking uitleggen wat de verantwoordelijkheid is van politici, ambtenaren en de bank zelf, waarom dit heeft kunnen gebeuren en waarom het zoveel overheidsgeld heeft gekost'', schrijft de Nihon Keizai Shinbun vandaag.