Daggeldrente bereikt bodem

De daggeldrente daalde in de afgelopen week tot ver beneden de refi-rente. De daling werd veroorzaakt door het einde van de maandelijkse reserveperiode, die een dag voor het opstellen van deze weekstaat afliep. Veel banken zaten ruim in hun jasje en voldeden al ruimschoots aan hun reserveverplichting. Zelfs een toename van het schatkistsaldo met 13 miljard euro, als gevolg van pensioenpremiebetalingen en de afdracht van belastingen aan de Italiaanse overheid, kon gemakkelijk met de reserverekening worden opgevangen. Omdat het Eurosysteem voor te veel aangehouden middelen op de reserverekening geen vergoeding geeft, probeerden veel banken hun overtollige liquiditeiten in de markt te slijten. Hierdoor daalde de daggeldrente tot ver beneden de refi-rente van 2,5 procent en werd zelfs de bodem van de geldmarkttarieven, de depositorente van 1,5 procent, bereikt. Uiteindelijk plaatsten de banken aan het einde van de laatste dag van de reserveperiode 16 miljard euro op de depositofaciliteit. De depositorente legt een bodem in het rentehuis, omdat banken altijd hun overtollige middelen ongelimiteerd kunnen plaatsen op de depositofaciliteit van het Eurosysteem. Inmiddels is de situatie op de geldmarkt weer genormaliseerd. Zo ligt de daggeldrente weer dicht tegen de refi-rente en daalde het gebruik van de depositofaciliteit tot 76 miljoen. Ten opzichte van een week geleden daalde deze post met 0,7 miljard euro, hetgeen een verruimende werking op de geldmarkt heeft. Een andere verruimende werking ging uit van een afname van het aantal bankbiljetten in omloop met 1,9 miljard euro en een 10 miljard euro hogere toewijzing op de herfinancieringsregeling van het Eurosysteem. Een oude herfinancieringstransactie werd vervangen door een nieuwe krediettransactie met een omvang van 92 miljard euro. Tegenover deze verruimende mutaties stond ook een verkrapping. Zo steeg de post `verplichtingen in euro (inclusief overheden)' met ruim 6 miljard euro door afdrachten van de particuliere sector aan één of meerdere nationale overheden van het eurogebied. Per saldo vond er een verruiming van de geldmarkt plaats, wat is terug te zien in een toename van de reserverekening met 5,6 tot 103,9 miljard euro. De verplichte gemiddelde aanhouding voor de nieuwe reserveperiode is door het Eurosysteem vastgesteld op 103 miljard euro.

Bron: ING Economisch Bureau