Bedrijfsleven worstelt met strenge kartelautoriteit

Na ruim een jaar kan de kartelautoriteit NMa tevreden zijn. Het bedrijfsleven probeert op alle mogelijke manieren onder de strakke regie van de NMa uit te komen.

Voer processen, verzin omwegen, zoek de publiciteit, beïnvloed de overheid. Doe er kortom alles aan om de macht van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) aan te tasten. Advocaten, bedrijfsjuristen en zo'n zeventig geïnteresseerden uit het bedrijfsleven zaagden recent op een seminar over de Mededingingswet lustig aan de poten van directeur-generaal mededingingszaken A. Kist.

Er sprak ontzag uit de bijdragen van de vier sprekers, maar vooral onvrede over de manier waarop Kist en de zijnen het mededingingsbeleid in Nederland hebben vormgegeven het afgelopen jaar. De NMa is machtig, zo erkenden allen, machtiger dan een gewone rechter zelfs. ,,De Mededingingswet bestaat niet uit een fijnmazig net van precieze regels, maar hoofdzakelijk uit twee open verbodsnormen: Gij zult geen misbruik maken van uw machtspositie en gij zult geen mededingingsbeperkende afspraken maken'', zei advocaat O. Brouwer van het organiserende bureau Stibbe. Die uitgangspunten geven Kist een enorme bewegingsvrijheid, eentje waarmee het bedrijfsleven maar moeilijk uit de voeten kan.

De NMa komt om in het werk. Het aantal ontheffingen dat is aangevraagd overstijgt de duizend. Bedrijven dienen een ontheffing in om een uitzonderingspositie te verwerven op het strenge Mededingingsrecht. De Gasunie bijvoorbeeld probeert al geruime tijd zo'n ontheffing te krijgen. Inzet van de ontheffing: het alleenrecht op levering aan distributeurs voor gas aan kleine afnemers tot 2007. Dit tot onvrede van de distributeurs, van wie er eentje inmiddels een klacht heeft ingediend bij diezelfde Nma.

Mr. C. Pisuisse, hoofd juridische zaken van de Gasunie, trok tijdens het congres fel van leer tegen de mededingingsautoriteit: ,,In de concept-gaswet staat dat het kabinet ook wil dat wij ons monopolie houden.'' De Gaswet, die binnenkort in de Tweede Kamer behandeld wordt, moet uitsluitsel geven over de termijn waarop de kleinverbruikers beschermd moeten worden. Volgens Pisuisse is de NMa niet de meest geëigende instantie om te oordelen over de ontheffing: ,,Als de Nma zich tegen de ontheffing zou uitspreken kunnen zowel het kabinet als de Europese mededingingsautoriteit daar nog anders over denken. Ik ben benieuwd wie er dan uiteindelijk aan het langste eind trekt.''.

De positie van de NMa als zodanig werd ook ter discussie gesteld. Vooral de relatie tussen de nationale mededingingsautoriteiten en de Europese grote broer is onduidelijk, vonden velen. ,,In hoeverre kan de NMa nationaal eigen beleid maken?'' vroeg dagvoorzitter M. Lauwaars zich af. ,,Beperkt'', zo luidde het antwoord.

Ook de relatie tussen uitspraken van de NMa en een eventuele uitspraak van Nederlandse bestuursrechters had de aandacht. Advocaat J. Polak, hoogleraar bestuursrecht aan de Universiteit Leiden, daagde de deelnemers aan het congres uit zo veel mogelijk uitspraken van Kist aan te vechten. ,,Als die zaken lopen zal langzamerhand duidelijk worden hoe de macht van de NMa zich verhoudt tot die van een bestuursrechter'', zei hij. Polak merkte op dat de bestuursrechters geneigd zullen zijn bij gebrek aan kennis aan te kloppen bij de NMa voor advies: ,,Dat is een rare cirkel die onafhankelijke uitspraken los van de NMa in de weg staat''.

Advocaat Brouwer van Stibbe wond zich op over het publiciteitsoffensief dat de NMa in zijn ogen voert. ,,De NMa is dagelijks in het nieuws, en wil dat ook graag zijn'', sprak hij. Maar door dat publiciteitsoffensief vertroebelt de objectieve rechtspraak, meende hij.

De NMa kan al met al tevreden zijn. Het bedrijfsleven neemt de autoriteit serieus. Voorzitter Lauwaars: ,,Toen wij ruim een jaar geleden bezig waren met het opstellen van de mededingingsautoriteit dachten we nog: ach, dat is niet nodig in Nederland, hier loopt dat zo'n vaart niet. Inmiddels weten we beter.''

Eén probleempje kon niemand nog oplossen: de Europese Commissie heeft inmiddels een witboek Mededingingsrecht opgesteld, met nieuwe regels voor de aanpak van concurrentiebelemmerend handelen. Het is een witboek en daarmee nog geen beleid, maar zeker is dat er een hoop gaat veranderen in de werkwijze van de Europese en daarmee ook de nationale mededingingsautoriteit. Waarschijnlijk pas in 2001, maar toch. Hebben de bedrijfsjuristen en advocaten nog even de tijd om nieuwe kritieken en vluchtroutes te bedenken.