Wolfensohn gaat door met zijn werk bij de Wereldbank

Wereldbank-president James Wolfensohn zal naar verwachting worden herbenoemd voor een tweede termijn van vijf jaar. De herbenoeming is mogelijk geworden, omdat Wolfensohn kan rekenen op steun van de Verenigde Staten.

Gisteren lekte in Washington uit dat de Amerikaanse minister van Financiën, Lawrence Summers, afgelopen weekeinde zijn collega's van de G7-landen van de steun voor Wolfensohn op de hoogte heeft gebracht. Het is traditie dat de Wereldbank altijd door een Amerikaan wordt geleid, terwijl het Internationaal Monetair Fonds altijd onder leiding van een Europeaan staat. Wolfensohn liep gisteren tijdens een persconferentie al op zijn herbenoeming vooruit. Hij zei dat hij in een tweede termijn minder tijd zal besteden aan interne hervormingen bij de Wereldbank en nog meer tijd aan armoedebestrijding.

De te verwachten herbenoeming is geen verrassing. Wolfensohn heeft zelf meermalen aangegeven graag voor een tweede termijn te willen doorgaan. De 65-jarige voormalige investment-banker heeft de afgelopen jaren veel lof gekregen voor zijn inspanningen om de effectiviteit van de Wereldbank in de armoedebestrijding te verbeteren.

De in 1995 aangetreden Wolfensohn geldt als de initiatiefnemer van het in 1996 gelanceerde plan van Wereldbank en IMF voor kwijtschelding van een deel van de bilatarale en multilaterale schulden van de armste landen, waarvan de meeste in Afrika. Afgelopen weekeinde werd duidelijk dat de tijdens de G7-top in juni aangekondigde uitbreiding en versnelling van dit plan kan doorgaan door de financiële toezeggingen van verschillende landen.

Wolfensohn toonde zich gisteren hierover tevreden. Volgens hem ontbreekt nog 300 à 400 miljoen gulden, maar dit verhindert niet dat de procedure voor de in aanmerking komende ruim dertig landen landen versneld kan worden voortgezet. Het totale plan kost ruim 27 miljard dollar. Dit bedrag betreft de netto contante waarde – dollars van vandaag – waarmee een nominale schuld van 50 miljard dollar kan worden kwijtgescholden. Bovendien wordt ook nog 20 miljard dollar kwijtgescholden aan in het verleden verstrekte officiële ontwikkelingsleningen, zogenoemde ODA-hulp. Daarnaast was aan de armste landen al 30 miljard dollar aan schuldkwijtschelding toegezegd via de tradtionele instrumenten. De totale nominale schuldkwijtschelding komt hiermee op 100 miljard dollar. Tot nu toe hebben slechts vier landen daadwerkelijk schuldkwijtschelding gekregen: Oeganda, Bolivia, Mozambique en Guyana).

De kerkelijke beweging Jubilee 2000, die jarenlang campagne voor schuldkwijtschelding heeft gevoerd, noemde de in Washington genoemde besluiten gisteren ,,een stap voorwaarts'' die echter nog geen definitief eind maakt aan de schuldencrisis.

De G7-landen Frankrijk en Japan hebben de afgelopen dagen nog geen extra toezeggingen gedaan. Zij beroepen zich er onder meer op dat ze veel ODA-hulp kwijtschelden. Andere landen (o.a. Nederland) vinden dat een slecht argument, omdat Frankrijk en Japan zich niet aan de reeds 15 jaar geleden gemaakte afspraak hebben gehouden dat ODA-hulp in de vorm van schenkingen en niet als leningen zouden worden verstrekt.