Tadzjieken kiezen in referendum voor vrede

De kiezers van Tadzjikistan hebben zondag in een referendum ingestemd met grondwetswijzigingen die het haperende vredesproces na de verwoestende burgeroorlog van 1992 tot 1997 moeten versnellen. Eén van de wijzigingen betreft de legalisering van islamitische partijen.

Op 27 juni 1997 ondertekenden in Moskou president Emomali Rachmonov van Tadzjikistan en oppositieleider Said Abdoellah Noeri, in aanwezigheid van president Boris Jeltsin, een vredesakkoord dat een eind moest maken aan een burgeroorlog die vijf jaar had geduurd, vijftigduizend mensen het leven had gekost, 650.000 mensen op de vlucht had gedreven en de economie van de Centraal-Aziatische republiek had verwoest.

Het vredesproces, dat op die dag op gang moest komen, heeft de oorlog beëindigd en de communist Rachmonov en de islamitische oppositie dichter bij elkaar gebracht. Maar vrede is er nog steeds niet, in Tadzjikistan: het land is de afgelopen twee jaar geplaagd door een reeks van lokale opstanden van machtige regionale elites en clans, door een reeks politieke moorden en door conflicten tussen de regering en de UTO (Verenigde Tadzjiekse Oppositie, een coalitie van democratische en islamitische groepen en partijen). De spanning liep af en toe zo hoog op dat buitenlandse ambassades het raadzaam achtten familieleden van hun personeel te evacueren omdat de burgeroorlog opnieuw kon losbarsten.

Regering en oppositie vormden in 1997 een Nationale Verzoeningscommissie en spraken af de macht te delen. De UTO zou veertien ministersposten krijgen, eenderde van het totaal. Maar slechts over elf van de veertien kandidaten werd overeenstemming bereikt. Vooral over UTO-legerleider Mirzo Ziozjev is lang geruzied: Rachmonov wilde de man die vijf jaar lang zijn leger weerstond, niet minister van Defensie laten worden. Uiteindelijk werd men het pas na bemiddeling van de Verenigde Naties eens: Ziozjev wordt minister van Noodsituaties.

Het referendum van zondag is door president Rachmonov bestempeld als de belangrijkste stap die Tadzjikistan sinds de uitroeping van de onafhankelijkheid in 1991 heeft gezet: de grondwetswijzingen moeten een beslissende impuls geven aan het vredesproces. De Tadzjiekse kiezers werden zondag drie voorstellen voorgelegd. De eerste betrof de vorming van een tweekamerparlement, dat permanent in zitting is. Nu heeft Tadzjikistan, als in de communistische tijd, een parlement van één kamer, die slechts af en toe bijeenkomt.

De tweede vraag betrof de verlenging van de presidentiële ambtstermijn van vijf naar zeven jaar, en de bepaling dat een president niet herkozen kan worden. Die bepaling moet paradoxaal genoeg Rachmonov bij de presidentsverkiezingen van november aan een nieuwe ambtstermijn helpen, met het argument dat zijn eerste ambtstermijn onder de nieuwe grondwet niet meetelt en hij in november met een schone lei aantreedt.

De derde vraag was de belangrijkste: worden islamitische partijen gelegaliseerd? Het is een heet politiek hangijzer in alle vijf Centraal-Aziatische republieken. Overal beklagen de machthebbers zich over een oplevend islamitisch fundamentalisme, dat, komend vanuit het Afghanistan van de Talibaan, de seculiere orde bedreigt. Overal zijn partijen op religieuze grondslag dan ook verboden. De heersende elites in Kazachstan, Oezbekistan, Kirgizië en Turkmenistan misbruiken het thema weliswaar tot op zekere hoogte als alibi om repressieve maatregelen te rechtvaardigen – islamitisch fundamentalisme is de bevolking van hun landen geheel vreemd – maar aan de andere kant lijden sommige van deze landen inderdaad onder geïsoleerde opstanden, gijzelingsdrama's en aanslagen die het werk zijn van fundamentalistische groepen, al dan niet aangemoedigd en gesteund vanuit Afghanistan.

De Tadzjieken nemen dus een risico als ze islamitische partijen legaliseren. Maar zonder zo'n legalisering blijft het vredesproces pas op de plaats maken: de door Said Abdoellah Noeri geleide Partij van Islamitische Wedergeboorte is de ruggengraat van de UTO, en als die partij in de regering en na de parlementsverkiezingen in januari volgend jaar in het parlement komt, zal ze moeten worden gelegaliseerd. Zonder die legalisering geen democratie, geen verzoening en geen punt achter de desastreuze burgeroorlog.

Van de 2,8 miljoen kiezers kwam zondag 91,66 procent opdagen. Van hen zei 77 procent ja tegen de voorstellen (die alleen als geheel konden worden aanvaard of verworpen) en achttien procent nee. Het vredesproces is ermee geholpen, maar Tadzjikistan maakt óók een sprong in het duister.