Somaliërs snakken naar water

De zon komt er overdag niet onder de dertig graden. En nergens in het kale savannengebied groeien er bomen die beschutting kunnen bieden. Dat meer dan 2.500 mensen hier hun tenten hebben opgeslagen, in dit gelegenheidskamp op 70 km afstand van Galgayo in Centraal-Somalië, heeft alleen te maken met de aanwezigheid van water. De bron is niet overvloedig. Het waterpeil daalt al een tijd.

Honderden kilometers hebben de mensen moeten lopen om hier te komen. In Puntland, het semi-autonome deel van Somalië waar ze vandaan komen, heeft het al anderhalf jaar lang niet meer geregend. Hun vee is omgekomen of hebben ze moeten verkopen. Oogsten zijn mislukt.

Hulporganisaties zijn in dit kamp Margaaga niet actief, want hongerlijders zouden van die buitenlandse steun afhankelijk kunnen worden. Voedselhulp bij eerdere droogtes heeft tot complete volksverhuizingen geleid. Met giften van verre familie houden de bewoners zich in leven. Zo goed en zo kwaad als dat gaat. Er is mazelen uitgebroken en de meeste mensen lijden aan ondervoeding. Gemiddeld sterven er zes mensen per week.

In Somalië zijn honderdduizenden mensen op de vlucht voor droogte en oorlog. Sinds dictator Mohammed Siad Barre acht jaar geleden werd verjaagd, mist het land een centrale regering. Somalië is uit elkaar gevallen in kleine `koninkrijkjes' die worden beheerst door rivaliserende krijgsheren, bendeleiders die alleen maar uit zijn op vergroting van macht en bezit.

Buitenlandse hulporganisaties schatten dat meer dan anderhalf miljoen mensen in Somalië honger lijden. Zij voorspellen dat de komende maanden duizenden mensen van honger zullen omkomen als de droogte blijft voortduren.

(Foto's Petterik Wiggers/HH)