Pronk heeft felle kritiek op opvolger

De PvdA-ministers Herfkens (Ontwikkelingssamenwerking) en haar voorganger Pronk (nu: VROM) verschillen vierkant, en voor de eerste keer openlijk, van mening over het ontwikkelingsbeleid.

Pronk ziet Herfkens ,,op de verkeerde weg'' omdat zij de bilaterale regeringshulp beperkt tot zeventien landen die een goed bestuur en een jaarinkomen onder de duizend dollar per hoofd van de bevolking moeten hebben.

Herfkens meent dat die beperking en de hantering van strenge eisen, waarvoor zij steun van een meerderheid van de Tweede Kamer heeft (waaronder de PvdA- fractie), noodzakelijk waren. Bilaterale hulpbedragjes voor meer dan honderd landen, zoals onder Pronk, leiden niet alleen tot een ,,beheersprobleem'' maar ook tot ,,weggegooid geld'', vindt zij.

Pronk verwijt Herfkens vanavond in het RVU-programma `Een doekje voor het bloeden' (Nederland 3, 23.20 uur) dat zij met haar strenge criteria voor bilaterale hulp te veel ,,op zeker'' speelt en weigert de nodige risico's te nemen. Indien ontwikkelingslanden aan haar eisen voldoen is bilaterale hulp overbodig geworden, meent hij, ,,want dan zou je het aan de markt kunnen overlaten''.

Pronk blijft voorstander van kleine bedragen aan zoveel mogelijk landen bij wijze van ,,katalysator ter bevordering van interne processen, [...] want ontwikkeling is een proces van geweld, van conflict, van verandering van structuren''.

In hetzelfde programma zegt Herfkens dat bilaterale hulp (1,5 miljard van haar budget van 7,3 miljard gulden) gericht moet zijn op de beïnvloeding van het beleid van een ontwikkelingsland ,,in zijn geheel'' in plaats van op ,,het bouwen van paradijsjes in de uithoeken van sommige landen''. Volgens Herfkens moeten ,,menskracht en middelen'' in de bilaterale hulp worden geconcentreerd en maakte het grote aantal landen waaraan Pronk kleine bedragen verstrekte ,,het niet mogelijk om daar echt effectief bezig te zijn''.

Sinds Herfkens aantrad als minister heeft zij altijd ontkend dat zij het ontwikkelingsbeleid wilde `ontpronken'. Ook in het RVU-vraaggesprek zegt zij ondanks haar kritiek op haar voorganger toch diens beleid te willen voortzetten, zij het meer ,,in uitvoerbare, hapklare brokken''.

Pronk, van '73 tot '77 en van '89 tot '98 minister op Ontwikkelingssamenwerking, breekt niet voor het eerst openlijk de staf over het beleid van een collega. Tijdens het eerste kabinet-Kok deed hij dat bijvoorbeeld ook in een dubbelinterview in het blad Internationale Samenwerking met de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, Van Mierlo, inzake tussen hen gerezen competentiekwesties. De botsing van Pronk en Herfkens brengt de PvdA in de Tweede Kamer in de problemen nu Herfkens in november moet komen met een nadere toelichting op haar keuze.