Privatisering

In deze krant van 23 september ontvouwde secretaris-generaal Van Wijnbergen het masterplan voor de liberalisering en privatisering van netwerken. Dat de aanpak van EZ voor de gasvoorziening anders uitpakt dan voor elektriciteit volgt logischerwijs uit het toepassen van de beslissingsboom in het masterplan: wetenschappelijke deductie. Immers, zo betoogt Van Wijnbergen, `Stroom is veel ingewikkelder. Je kunt het niet opslaan en er moet 24 uur per dag spanning op het net staan.' Dit is een misleidende voorstelling van zaken.

Het gasnet moet namelijk ook onder spanning staan: het heet dan `druk'. De regeling is niet veel minder gecompliceerd dan bij elektriciteit. In beide gevallen worden energiestromen van verschillende aanbieders gemengd en kunnen door piekvraag problemen ontstaan.

Bij de elektriciteitsvoorziening is wel degelijk sprake van opslag, met name in de vorm van reservecapaciteit in pieklastcentrales maar bijvoorbeeld internationaal gezien ook in waterbekkens (pompaccumulatie). Met voortschrijdende verduurzaming van de energievoorziening worden de overeenkomsten alleen maar groter. Er kan decentraal gas worden aangeboden uit biomassavergisting, zoals nu stroom door windmolens en zonnepanelen wordt geleverd. Decentraal opgewekte stroom zal deels ook worden gebufferd, met batterijen of door omzetting in waterstofgas. De functies van de beide netten convergeren. Er valt veel te zeggen voor nauwgezette wetenschappelijke deductie. Maar Van Wijnbergen heeft voornamelijk verstand van economie en hij bedrijft politiek met pseudo-wetenschappelijke argumentatie.