Politiek primaat beter dan kilte van de markt

Dat de politiek onder paars verzakelijkt, is geen nieuws. Bezieling of ideologische overtuiging is geen pre meer voor politici; belangrijker is dat men mediageniek is en over een goed netwerk beschikt. Toch zijn er nog critici die de politiek nog lang niet zakelijk genoeg vinden. In NRC Handelsblad van 18 september publiceerden de economen Bovenberg en Teulings, onder de titel `Primaat van de politiek is niet heilig', een tekst die ieder politiek sentiment tot het absolute nulpunt lijkt te willen afkoelen.

Nog rillend bij de herinnering beschrijven de economen hoe in de jaren zeventig Nederlandse politici nog probeerden de samenleving aan de hand van bepaalde idealen te hervormen. Het resultaat was een groot, log ambtenarenapparaat en een nog groter financieringstekort. Slechts harde financiële feiten konden de verdwaasde politici een halt toeroepen:

,,alleen de financiële watersnood van 1982 kon het tij keren''. Gelukkig, privatisering en profijtbeginsel deden hun intrede. Dat bracht de financiën weer min of meer op orde, maar daar zijn nog steeds die hardleerse politici! Nog immer denken ze dat ze een visie moeten ontwikkelen op de samenleving en dat het hun taak is die visie ook om te zetten in politiek beleid. Erger nog, ze proberen om hun ambtenaren mee te laten te werken aan de uitvoering van dat onzalige, idealistische beleid. En dat terwijl inmiddels de `lethargische' en `lijdzame' jaren-zeventig-ambtenaren zijn vervangen door krachtige kerels, die net goed bezig zijn orde op zaken te stellen.

Kerels, die de samenleving volgens de wetten van de markt laten functioneren. Want, zo vinden Bovenberg en Teulings, we moeten af van de `mythe' dat politiek iets te maken heeft met `de publieke zaak'. Stel je voor! ,,Wie de coördinatieproblemen oplost, heeft de publieke zaak afdoende gediend, schrijven de economen met beklemmende ideologische onderkoeling. Politiek is niets anders dan `een optelsom van particuliere belangen', die door ongelukkige psychologische omstandigheden niet door de markt gerealiseerd kan worden en die daarom (zucht, zucht) door politici moet worden gemaakt. Een visie op de toekomst? Een confrontatie van uiteenlopende standpunten? Moeilijke, controversiële keuzes in het openbaar bediscussiëren en daarvoor verantwoording afleggen? Welnee, leve het middenveld, corporatisme en contracten! Daarmee is de democratie (lees: de marktsamenleving) veel beter gediend.

Dit dédain voor politiek is op zichzelf niet nieuw – het raakt zelfs steeds meer en vogue – maar het wordt hier wel met erg veel aplomb en zonder ook maar de schijn van interesse voor politieke idealen verkondigd. Zich beroepend op Adam Smith weten Bovenberg en Teulings een verband te leggen tussen de zegeningen van de markt en de waarde van de specialist. Topambtenaren zijn eigenlijk ook specialisten, vervolgen zij dan, specialisten die hun hele intellectueel kapitaal investeren in hun ambtelijke functie.

Volgens beide economen is het onredelijk van deze specialisten (en zij denken hier speciaal aan Sweder van Wijnbergen, de gisteren opgestapte secretaris-generaal van Economische Zaken) te vragen dat zij het rendement van dat kapitaal ondergeschikt maken aan zoiets onnozels als de politieke visie van hun minister. Dit argument bezorgt mij helemaal koude rillingen. Natuurlijk, het Nederlandse politieke systeem maakt het mogelijk dat topambtenaren een andere politieke kleur en/of mening hebben dan hun politieke baas. En de oplossing voor dat probleem kan niet eenvoudig zijn dat zij dan maar hun mond moeten houden. Inderdaad, waarom dan iemand met de academische en intellectuele reputatie van Van Wijnbergen benoemd? Maar het is nog veel absurder om te stellen, zoals Bovenberg en Teulings, dat het recht van spreken van een (top)ambtenaar eenvoudig voortvloeit uit zijn vermeende status van `specialistisch ondernemer'.

In de wereld van Bovenberg en Teulings draait het, om `reputaties' en 'inhuren'. Dat is een wereld waarin geen ruimte is voor collectieve meningsvorming over kwesties van algemeen belang. Politieke actoren zijn teruggebracht tot zakenlieden: burgers regelen hun zaken via de markt, politici moeten een optelsom van particuliere belangen maken, en ambtenaren zijn vrije jongens die worden ingehuurd om een job te doen. Deze `visie op het primaat van de politiek' is niet eens meer paars. Zij heeft geen kleur meer. Het is een grauwe en ijskoude visie.

Gijs van Oenen is universitair docent rechtsfilosofie aan de Erasmus Universiteit.