Patiënten niet meer direct naar Riagg

Patiënten met psychische stoornissen kunnen zich niet langer rechtstreeks bij het Riagg of andere instellingen in de geestelijke gezondheidszorg melden. Zij moeten eerst worden bekeken door huisarts, eerstelijnspsycholoog of maatschappelijk werker.

Naar verwachting zullen deze zo'n negentig procent van de gevallen zelf afdoende kunnen helpen.

Minister Borst (Volksgezondheid) zal daarvoor binnenkort de regels aanpassen. Gisteren stemde de Tweede Kamer in met de hoofdlijnen van de `Beleidsvisie geestelijke gezondheidszorg' die Borst in december publiceerde. Daarin schetst de minister niet alleen dat de `eerste lijn' (huisarts, psycholoog en maatschappelijk werker) ook voor de geestelijke gezondheidszorg als zeef dienst gaat doen, ook wordt aangegeven dat daarvoor nog de nodige bijscholing van en steun voor de huisarts nodig is. Daarvoor trekt Borst twaalf miljoen gulden uit, waarmee huisartsen een netwerk van te consulteren psychiaters kunnen opzetten.

Borst maakte gisteren bekend dat van de 150 miljoen gulden die de Kamer vorige week extra aan de zorgsector gaf, 40 miljoen bestemd is voor de geestelijke gezondheidszorg. Een groot deel daarvan gaat naar het algemeen maatschappelijk werk. De minister overlegt met de gemeenten over de verdeling.

De Kamer wil dat Borst op 1 januari voor patiënten in de geestelijke gezondheidszorg het `persoonsgebonden budget' landelijk invoert. Daarmee kunnen patiënten zelf de benodigde hulp inkopen. In 1997 werd daarmee als experiment begonnen. Van de drie miljoen gulden die daar vorig jaar voor beschikbaar was, is een miljoen gulden gebruikt.

Uit het experiment bleek dat veel patiënten niet of nauwelijks met de regeling kunnen omgaan en bovendien vaak onder druk van hun hulpverleners bij hen hun hulp `inkopen'.

Borst wilde slechts het experiment iets uitgebreider (vijf miljoen gulden) voor twee jaar verlengen. Later deze week zal de minister de Kamer aangeven of zij de wens van de Kamer honoreert.

De Kamer voelt er niet voor de commerciële hulpverlening in de geestelijke gezondheidszorg te verbieden. Naast de bestaande instellingen is de afgelopen jaren een fors aantal commerciële instituten ontstaan. Daarin bieden psychiaters en psychologen zieke werknemers kortdurende en, naar blijkt, vaak doeltreffende hulp. Deze wordt meestal door de werkgevers betaald.

Volgens de SP betreft het hier eerder door een meerderheid in de Tweede Kamer ongewenst bevonden voorrangszorg, ook al omdat de psychiaters en psychologen aan de reguliere zorg worden onttrokken. Een motie van het Kamerlid Kant (SP), waarin om een verbod van deze instituten wordt gevraagd, krijgt echter geen steun in de Kamer.