Pakistan en de economie van Allah

In plaats van zich te ontwikkelen tot een `nieuwe Aziatische tijger' is Pakistan weggezakt in een moeras van schulden en depressies. Met een morrend leger en een ontevreden IMF balanceert premier Nawaz Sharif op een slap koord.

Als Nawaz Sharif uit het raam kijkt van zijn zwaarbewaakte woning in de miljoenenstad Lahore ziet hij weinig lachende gezichten. Op de helft van zijn vijf-jarige ambtstermijn wordt de Pakistaanse premier bedreigd vanuit binnen- en buitenland. De economie van het land ligt in duigen, het leger is ontevreden, de middenstand mort, de oppositie houdt wekelijks een massale staking in Karachi of Lahore, fundamentalistische moslims dreigen met een staatsgreep en buitenlandse geldschieters lijken de hoop op een gezond Pakistan te hebben opgegeven. De staatsschuld van dertig miljard dollar ruim de helft van het bruto nationonaal product – maakt de zaak er niet beter op, te meer omdat de Pakistaanse minister van Financiën nog geen miljard dollar in kas heeft.

,,Wat voor onafhankelijkheid is dit', klaagde Sharif bij zijn aantreden begin 1997, ,,waarin de Pakistaanse regering niet de macht heeft zijn burgers tegen hoge prijzen te beschermen.' Hij doelde op de internationale geldschieters als de Wereldbank en het Internationale Monetaire Fonds (IMF), die nieuwe leningen aan de Pakistaanse regering bonden aan strengere regels in de interne financiële huishouding. Maar in plaats van schoon schip te maken liet Sharif zijn land nog verder wegzakken in een draaikolk van schulden en depressie.

Sharif kijkt al maanden reikhalzend uit naar een verlossende IMF-lening van 280 miljoen dollar, onderdeel van een pakket van 1,6 miljard dollar dat het IMF vorig jaar beloofde toen Pakistan aan de rand van een faillissement verkeerde.

Premier Sharif, wiens Moslim Liga (PML) een meerderheid van tweederde geniet in het Lagerhuis, mag in de landelijke media zijn bestempeld als de ,,sterkste Pakistaanse premier aller tijden', maar zijn macht heeft niet bijgedragen aan de noodzakelijke herstructurering van de economie. In welke bochten de regering van Sharif zich wringt om impopulaire maatregelen uit te stellen werd begin september geïllustreerd bij de introductie van de loon- en omzetbelasting voor kleine handelaren. Na felle protesten en een staking van de middenstand in Lahore draaide Sharif de belastingen terug en vroeg de Pakistaanse winkeliers een vrijwillige `ontwikkelingsbelasting' van 0,75 procent over hun omzet te betalen. Om het niet al te ingewikkeld te maken hoeven de middenstanders geen administratie bij te houden of aan te tonen hoeveel zij hebben verdiend. Minister van Financiën Ishar Daq probeerde het zelfs via een goddelijke interventie door een driepartijen-overeenkomst te sluiten tussen ,,Allah, de regering en de middenstand'. Gevraagd of hij werkelijk dacht dat winkeliers die vijftig jaar geen belasting hebben betaald nu zelf hun omzetbelasting zouden aangeven, zei Dar: ,,Daarom maakt Allah deel uit van deze overeenkomst, zodat de mensen hun omzet eerlijk aangeven.'

De financiële problemen van Pakistan zijn talrijk – en worden nog versterkt door de politieke instabiliteit, de dreiging van het machtige Pakistaanse leger en de groeiende groep van Talibaan-achtige moslimgroeperingen. Gehoor geven aan de eisen van het IMF betekent onvermijdelijk ruzie in eigen land; hetzij met de middenstand, hetzij met de strijdkrachten die afgelopen zomer al vol ongeloof en afschuw moesten aanhoren hoe premier Sharif opriep tot terugtrekking van de Pakistaanse troepen die een aantal strategische bergtoppen in Indiaas Kashmir hadden bezet.

En de problemen stapelen zich op. De Pakistaanse economie groeide in de jaren negentig met zo'n 3,5 procent per jaar, maar die winst gaat vooral op aan de Pakistaanse bevolking, die met een groei van 2,8 procent per jaar één van de snelst groeiende volkeren ter wereld is. Het gemiddelde jaarinkomen in Pakistan was vorig jaar ongeveer 480 dollar. Nog steeds betaalt minder dan één procent van de 140 miljoen Pakistanen belasting. Voor rijke ondernemers de familie Sharif werd zelf steenrijk in de handel kost het weinig moeite de belastingdienst buiten de poort te houden, omdat diezelfde zakenlieden over het algemeen de dienst uitmaken in de politiek.

Onafhankelijke Pakistaanse economen hebben kritiek op de chaotische besteding van het overheidsgeld. Terwijl nog niet de helft van de Pakistaanse bevolking geletterd is stampen bouwers het ene project na het andere uit de grond, vaak met leningen die aan de overheid zijn toegekend. Twee jaar geleden opende premier Sharif met veel tamtam de eerste super-snelweg van Zuid-Azië, een zes-baansverbinding van ruim driehonderd kilometer tussen de hoofdstad Islamabad en zijn woonplaats Lahore. De weg werd voorgefinancierd door de in problemen verkerende Koreaanse autogigant Daewoo.

Naast de economische malaise helpt de uitholling van de democratie onder Sharif niet mee aan een verbetering van het investeringsklimaat. Twee jaar geleden zette hij de president en de hoogste rechter aan de kant, gevolgd door de hoogste generaal. Talloze oppositieleden zijn de afgelopen jaren vermoord, gevangen gezet of naar het buitenland gevlucht, onder wie oppositieleidster en oud-premier Benazir Bhutto, die in Londen woont sinds zij afgelopen voorjaar in absentia tot vijf jaar gevangenisstraf werd veroordeeld wegens corruptie. Haar man, senator Zardari, zit al lang in een cel. Honderden andere Pakistanen kwamen om bij religieus en etnische geweld, met name in Karachi, de financiële hoofdstad van het land. Kritische journalisten verdwijnen regelmatig achter de tralies. De opkomst van het moslim-fundamentalisme, het bezit van kernwapens en de constante dreiging van een oorlog met aartsvijand India maken van Pakistan echter een land dat het Westen niet zomaar aan zijn lot overlaat.