Ombudsman moet vechten om aandacht

De nationale ombudsman, M. Oosting, heeft gisteren na twaalf jaar afscheid genomen. De vraag is of het instituut ombudsman wel serieus wordt genomen.

Hoogstpersoonlijk tekende scheidend nationaal ombudsman mr.drs. M. Oosting het beeld. ,,Politici zijn dol op onweer. Harde donderknallen, flitsende bliksem, dat is spectaculair. Maar waar door de politiek aan voorbij wordt gegaan, is dat de burger gewoon in de motregen loopt.''

In de Oude Zaal van de Tweede Kamer werd gisteren ter gelegenheid van Oostings afscheid een symposium gehouden. Daarbij bogen Kamerleden, bewindslieden, oud-bewindslieden en leden van de Hoge Colleges van Staat, zoals de Raad van State en de Algemene Rekenkamer, zich over de vraag of parlement en ombudsman wat meer voor elkaar kunnen betekenen. Want wat dat betreft is het tobben, daarover blijkt iedereen het eens. Of, zoals de vicepresident van de Raad van State, H. Tjeenk Willink het stelt: ,,De Eerste Kamer toont geen belangstelling voor de nationale ombudsman en de Tweede Kamer volgt zijn aanbevelingen niet op.''

Vooral de Tweede Kamer laat de rapporten van de nationale ombudsman – een sinds 1982 bestaand college dat een kleine honderd medewerkers telt – nogal eens links liggen.

Volgens oud-minister van Justitie Hirsch Ballin komt dat door de `verkokering van de Kamer'. De speciale commissie die zich bezighoudt met de ombudsman leest de rapporten trouw, de rest van de 150 Kamerleden heeft wel iets anders te doen.

VVD-fractieleider Dijkstal wijst er op zijn beurt op dat aanbevelingen van de ombudsman maar een klein onderdeel vormen van de grote stroom rapporten die Kamerleden voorgeschoteld krijgen. Kamerleden moeten selecteren, met het negeren van de ombudsman als gevolg. Als voorzitter van de Commissie voor de Verzoekschriften, die het parlement al in 1815 kende, had Dijkstal reeds de ervaring dat de Kamer als geheel weinig belangstelling heeft voor de `individuele klachtbehandeling' van de burger. ,,Misschien zou ik dus indertijd wel tegen de komst van de nationale ombudsman zijn geweest'', aldus Dijkstal.

Oud-staatssecretaris Kohnstamm (Binnenlandse Zaken) heeft ook een verklaring voor de geringe aandacht voor de aanbevelingen van de ombudsman. ,,Je krijgt als parlementariër geen voorkeurstemmen als je ambtenaren hetzelfde werk sneller laat opknappen. Want duidelijk is dat de grote `happen' voor de ombudsman worden gevormd door overschrijding van termijnen en gevallen van onheuse bejegening.''

Dat het waardeverval van de aanbevelingen niet alleen zijn weerslag vindt in de Tweede Kamer, blijkt uit de reacties van de oud-ministers Dijkstal en Hirsch Ballin. Op de vraag of zij tijdens hun ministerschap bang waren voor het oordeel van de nationale ombudsman, lacht Hirsch Ballin: ,,Het politiek correcte antwoord zou zijn `ja'.''

Op de vraag hoe de nationale ombudsman en de Tweede Kamer meer aan elkaar zouden kunnen hebben, komt geen antwoord. Het voorstel om een artikel in de wet op te nemen waardoor de Tweede Kamer de ombudsman formeel kan verzoeken een onderzoek in te stellen, krijgt alleen steun van D66-fractieleider De Graaf.

Tegelijk wordt daar van alle kanten tegen ingebracht dat zo'n nieuwe cultuur de positie van het instituut nationale ombudsman kan aantasten: de ombudsman is er voor het volk. Maar ook voor het volk lijkt de ombudsman het liefst te worden weggehouden, zo laat Tjeenk Willink aan de hand van een voorbeeld zien. Nadat de tv-rubriek Den Haag Vandaag vorige week aandacht had geschonken aan het afscheid van Bolkestein, was in de Tweede Kamer de benoeming van de nieuwe ombudsman, mr. R. Fernhout, aan de orde. Maar dat werd niet uitgezonden. Het bleek een mooi moment voor een interviewtje met oud-fractievoorzitter Nijpels, in afwachting van de komst van minister Zalm (Financiën) met zijn miljoenennota.