Nieuwe zakelijkheid in Mao's modelcommune

Drie mannen hebben de afgelopen 50 jaar hun stempel gedrukt op de geschiedenis van de Volksrepubliek China. Hun idealen zijn terug te vinden in de modelsamenlevingen die zij schiepen.

Vandaag het eerste deel in een serie van drie.

Een colonne geïmporteerde auto's spurt door het Chinese boerenland. Bij de granieten buste van een gerimpelde boer, herkenbaar door de geknoopte handdoek om zijn hoofd, wordt gestopt. Portieren worden dichtgeslagen, het geluid van schrapende kelen en scherp dialect rolt via de kale bergen en de maïsterrassen het dal in. De eerste plaatjes zijn al geschoten. Dan verdwijnt de gonzende meute de gedenkhal in voor een haastige rondgang langs vergeelde foto's van werkende, studerende en vooral lachende boeren, samen met hun belangrijke binnenlandse en buitenlandse gasten – gearmd met oud-premier Zhou Enlai, naast het brein achter Singapore's succes, Lee Kuan Yew, met de leider van de Cambodjaanse terreur Pol Pot en zelfs handenschuddend met koningin Beatrix, die toen nog prinses was. Ten slotte, wat anders, wordt er gegeten.

Dit is modern kadertoerisme Chinese stijl. ,,Uit het hele land komen de mensen hier het verleden opsnuiven'', zegt Li Huailian (38) van het dorpscomité van Dazhai, een kleine boerengemeenschap verankerd in de gele aarde van de provincie Shanxi. Er heerst een sfeer van revolutionaire melancholie. Want Dazhai is een echo uit het verleden, toen het dorp nog een echt bedevaartsoord was dat bovenaan het verlanglijstje stond van elke rechtschapen Chinese communist. Tussen 1964 en 1978 legden dagelijks zo'n 20.000 mensen, in totaal meer dan 7 miljoen, de route af door het onherbergzame land, om zich in China's beroemdste dorp te vergapen aan de strakke terrassen, de dichte bossen maïs, de ingenieuze irrigatiesystemen en vooral de noeste mannen en vrouwen die dit allemaal voor elkaar hadden gekregen. ,,Chinezen kunnen altijd nog leren van Dazhai'', zegt comitélid Li. ,,Ons land is niet zo rijk als de rest van de wereld en we moeten op onszelf kunnen vertrouwen.'' Onafhankelijkheid is het sleutelwoord.

Toen het oog van Mao Zedong in 1964 op Dazhai viel, zo gaat het verhaal, werd hij getroffen door de doortastendheid van de boeren die van zijn woorden daden wisten te maken. ,,Graan'', aldus een van Mao's bekendste slogans, ,,is de strategische schakel.'' Hij was er na jaren van oorlog en burgeroorlog van overtuigd dat de boeren van Nieuw China zich de kunst van de autarkie moesten eigen maken. En in Dazhai gebeurde dat. De propaganda maakte nationale politiek van het dorp en Chen Yonggui, de boerenleider en architect van het agrarische wonder, werd zelfs in het machtige politbureau opgenomen en aangesteld als vice-premier. Van hem is de granieten buste die in het fotoboek van menig melancholiek kaderlid is opgenomen.

Maar de mythe van Dazhai bleek een leugen, een door Mao geënsceneerd drama waarin de dorpelingen een heldenrol speelden. De onwaarschijnlijke graanopbrengsten waren verzonnen en een groot deel van de indrukwekkende terrassenbouw was door het Volksbevrijdingsleger aangelegd.

Een onafhankelijke onderzoekscommissie had dat in 1964 ook al eens vastgesteld, maar in het politieke klimaat van die tijd was geen plek voor de waarheid. Dat duurde nog tot na de dood van Mao, eind jaren '70, voordat aan de excessen van de Culturele Revolutie een einde kwam en de waarheid over Dazhai de hele natie in verlegenheid bracht. Dorpshoofd Chen, en later zijn opvolger Guo Fenglian, waren zo enthousiast geweest in het afstaan van de vermeende overproductie aan graan, dat de boeren honger leden.

,,Natuurlijk was ik een beetje teleurgesteld'', zegt Song Liying in een zwakke weergave van de gevoelens van de 530 dorpelingen van Dazhai. De 70-jarige vrouw, die handenschuddend op de foto staat met Zhou Enlai en Beatrix, voelde zich niet gebruikt door de linkse radicalen uit Peking. ,,Wij zijn boeren'', zegt ze verontschuldigend. ,,Ons besef was onderontwikkeld. Maar onze inzet was oprecht.'' De boeren waren laaiend en verzetten zich fel toen onder Deng Xiaoping besloten werd tot afschaffing van hun commune. Als vaandeldragers van Mao's communesysteem bleken zij niet ontvankelijk voor de socialistische markteconomie van Deng.

Inmiddels is dat veranderd. Na een periode ,,van gemiste kansen'' in de jaren '80, toen de rest van China zich met volle overgave in het avontuur van de nieuw verworven markteconomische heerlijkheden stortte, werd Dazhai's oude leider, Guo Fenglian, teruggehaald naar het dorp. Guo was in 1980 verbannen en te werk gesteld in een boomgaard. Haar faam in de jaren '60 en '70 als de bekendste `ijzeren meid' uit de post-revolutionaire geschiedenis, had haar uiteindelijk geen goed gedaan. Maar haar rehabilitatie in 1991 en daaropvolgende terugkeer naar Dazhai was een groot succes. Het meisje met de zwarte vlechten, dat op alle propagandafoto's breedlachend naast 's lands belangrijke leiders stond, bleek een nieuwe identiteit te hebben aangenomen en een doortastende zakenvrouw te zijn geworden.

,,Dazhai verkeerde in een toestand van apathie'', zegt de nu 52-jarige Guo. ,,In de jaren dat ik weg ben geweest, was ik niet langer het voorbeeld en heb ik, anders dan in het verleden, geleerd van de rest van het land.'' Guo bezocht Shanghai, ging naar plattelandsbedrijven in Zuid-China en deed `onderzoek' in Dengs modeldorp Daquizhuang. ,,Ik heb geleerd dat we niet langer kunnen leunen op de landbouw'', zegt Guo. Na haar terugkomst in Dazhai heeft ze onder andere een cement-, een drank- ,en een kledingfabriek opgezet. Daardoor is de gezamenlijke omzet in het dorp gestegen van 600.000 gulden in 1991 tot 9,2 miljoen gulden in 1997.

Ironisch genoeg hebben de reputatie van Guo en de naam Dazhai wel een handje geholpen bij die groei. De mensen die een overhemd of een fles jenever kopen van het merk Dazhai houden daarmee een zoete herinnering in ere, zegt Guo.

En denkt er nog iemand aan het land? ,,Natuurlijk'', zegt comitélid Jia Haiwen. ,,Vijf mensen zijn daarmee belast. Ze bewerken 46 hectare met machines. Zo sparen we boeren uit voor de fabrieken. En als er niet genoeg graan is, dan kopen we het wel van een ander dorp.''