Natuur wint veld bij grote ruilverkaveling

De `Ruilverkaveling Tietjerksteradeel' is na 25 jaar feestelijk afgesloten. Het is een van de omvangrijkste en langdurigste verkavelingen in Nederland.

Ze hadden de boerderij net van Heit Hoekstra overgenomen. Het dak en het plafond waren vernieuwd en de nieuwe keuken was net geplaatst toen de ruilverkavelingscommissie Oebele en Jetty Hoekstra uit Ryptsjerk begin jaren negentig vroeg of ze hun boerderij wilden verkopen. Twee van hun tien perceeltjes van in totaal 35 hectare weidegrond lagen in een gebied dat te elfder ure was voorbestemd om moerasgebied te worden. Dit nieuw aan te leggen natuurgebied, `Bouwe Pet', moest honderd hectare groot worden en diende als ecologische verbindingszone tussen het Ottema-Kingma-reservaat en het natuurgebied Ryptsjerkerpolder.

De Hoekstra's waren verbijsterd. ,,We woonden net anderhalf jaar op de boerderij. Ik wilde pertinent niet weg'', vertelt boerin Jetty aan tafel van hun nieuwe `pleats' onder Aldtsjerk, die ze zeven jaar geleden lieten bouwen. ,,Uiteindelijk gaf de doorslag dat we er qua bedrijfsgrootte op vooruit zouden gaan.'' Het nieuwe bedrijf is vijftig hectare groot. De veestapel nam met twintig runderen toe tot tachtig koeien die garant staan voor een melkproductie van 6,5 ton per jaar, tegen vier ton in de oude situatie. Een ander voordeel voor de Hoekstra's was dat hun weidegronden niet meer verspreid lagen over tien percelen, maar aaneengesloten.

Alles afwegende is veehouder Oebele Hoekstra (39) redelijk tevreden over de landinrichting, maar hij heeft ook kritiek. De voorlichting van de ruilverkavelingscommissie had veel beter gekund, vindt hij. Hij en zeven collega's spanden begin dit jaar een rechtszaak aan, waarin ze een bedrag van acht ton eisten voor de door hen bekostigde drainage en egalisering van het land. De rechtbank heeft hun claim afgewezen. Hoekstra moet daardoor nu 26 jaar lang geen honderd gulden, maar vierhonderd gulden per hectare terugbetalen, wat neerkomt op 13.000 gulden per jaar.

Hoekstra is een van de dertig boeren in Tytsjerksteradiel die in het kader van de ruilverkaveling hun bedrijf moesten verplaatsen. Zeven boeren vertrokken naar de Flevopolder waar ze een nieuw bedrijf lieten bouwen.

De `Ruilverkaveling Tietjerksteradeel' in de Friese gemeenten Tytsjerksteradiel en de gemeente Leeuwarden behoort tot de langst durende en de grootste in de Nederlandse geschiedenis. Zaterdag is het hele project officieel afgesloten met de opening van een zwerfkeienmonument bij Bouwe Pet. De eerste ruilverkaveling in Nederland dateert uit de jaren twintig. In de jaren vijfig kregen steeds meer boeren te maken met ruilverkavelingen. Vanaf 1950 tot begin jaren zeventig lag de nadruk daarbij op het verkrijgen van voldoende landbouwgronden voor de voedselproductie. ,,Na de oorlog nam de welvaart toe en steeg de vraag naar voedsel'', aldus secretaris J. Ebbers van de ruilverkavelingscommissie Tietjerksteradeel. Kleinere bedrijven werden gesaneerd, versnipperd gelegen landbouwgrond werd herverdeeld en samengevoegd, zodat een efficiëntere bedrijfsvoering mogelijk was. Ook werden nieuwe wegen aangelegd en kregen de gronden een diepontwatering. Door middel van drainagebuizen bleef het weiland langer droog, zodat de boer er eerder terecht kon met zijn landbouwwerktuigen.

De boerenorganisaties in Friesland kaartten de noodzaak van een ruilverkaveling in Tytsjerksteradiel (33.000 inwoners) midden jaren vijftig aan bij de provincie. Het ging daarbij aanvankelijk om een gebied van 7.300 hectare, waarvan 6.500 hectare boerengrond. Omdat andere gebieden een hogere prioriteit kregen, maakte een voorbereidingscommissie pas begin jaren zeventig een plan. Het was juist in die periode dat Nederland een omslag in denken over ruilverkavelingen meemaakte, aldus Ebbers. ,,De landbouwproductie steeg, de eerste melkplassen ontstonden en de burger kreeg het gevoel dat het platteland niet alleen van de boer was, maar van iedereen. Er kwam meer aandacht voor natuur en landschap.''

De veehouders in de commissie hadden moeite met die nieuwe benadering, omdat zij vooral gericht waren op een verhoging van de productie. Uiteindelijk kreeg de commissie de opdracht om in totaal 600 hectare natuurgebied aan te leggen. In de jaren tachtig kreeg de aanleg van nieuwe natuur een prominente plaats bij de ruilverkaveling. Zo werd het moerasgebied Bouwe Pet drie jaar geleden aangelegd als ecologische verbindingszone tussen het Ottema-Wiersmareservaat en de Ryptsjerkerpolder. ,,Tien procent van het ruilverkavelingsgebied is natuur geworden'', vertelt Ebbers. ,,Van de 5.600 hectare landbouwgronden werd 4.000 hectare op de schop genomen en geëgaliseerd en gedraineerd.''

De hele ruilverkaveling leverde Tytsjerksteradiel behalve nieuwe natuur ook betere (binnen)wegen op, negen kilometer menpaden, negentien kilometer fietspaden, zeven kilometer wandelpaden en 31 kilometer nieuwe aanplant van de karakteristieke elzensingels in het boerenland. Met de uitvoering van deze ruilverkaveling was in totaal 81 miljoen gulden gemoeid.

Ebbers: ,,Het is schuiven en puzzelen geweest om de natuur en de boer een plaats te geven, maar het karakter van het landschap is behouden gebleven en zelfs versterkt.'' Deze ruilverkaveling heeft naar zijn smaak echter ook iets ,,tragisch''. ,,Het heeft veel te lang geduurd en is door nieuwe inzichten ingehaald. In feite kun je geen plan maken voor dertig jaar. Dat ziet de overheid ook. Projecten duren nu vier jaar.''

De Leeuwarder veehouder L.Tamminga, lid van de ruilverkavelingscommissie, constateert achteraf ook missers. Het tien hectare grote natuurgebied Wynzerpolder had nooit mogen worden aangelegd, vindt hij. ,,Dat ligt erg geïsoleerd. Toen het nog weidegrond was, was het een prachtig weidevogelreservaat.''

    • Karin de Mik