KPN trekt nimmer klanten voor

Internet is een wereld zonder grenzen en daarin schuilt zijn aantrekkingskracht. Iedereen kan zijn eigen gang gaan: e-mailen, zelf homepages bouwen, surfen over het wereldwijde web tot in de verste uithoeken van 'cyberspace'. En nu de drempel tot Internet steeds lager wordt, melden zich dagelijks nieuwe gebruikers in de voorportalen van het wereldwijde web. Iedereen is straks `on line'. Prachtig toch?

Uitgerekend op dit moment maakt de toezichthouder zijn opwachting. In een artikel op deze pagina (22 september) houdt prof.dr. Arnbak van de OPTA een pleidooi voor het reguleren van de toegang tot Internet. Zijn invalshoek is de klassieke telefonie-dienstverlening. Daarvoor gelden van oudsher specifieke regels; nu moeten ook voor de toegang tot Internetregels komen. Dat vindt althans Arnbak.

De basis voor zijn pleidooi is gelegen in een verdachtmaking jegens KPN. Arnbak spreekt over ,,de klassieke eetzaal'' (het voor telefonie aangelegde netwerk) dat steeds vaker gebruikt wordt voor `Internet-recepties' en waar KPN zijn rol als gastheer zou misbruiken door voor vrienden en bekenden (lees: zijn klanten) de beste plaatsen te reserveren. Dit beeld is aantoonbaar onjuist.

KPN heeft al vroeg het belang van Internet ingezien. Voor de lancering van Het Net, dat inmiddels ook (gratis) toegang biedt tot Internet, investeerde KPN 600 miljoen gulden in de aanleg van een nieuwe `IP-backbone' (een hogesnelheidsnetwerk dat gebruikmaakt van ATM-technologie). Andere bedrijven hadden natuurlijk soortgelijke investeringen kunnen doen, maar tot nu toe zijn telecombedrijven, op een enkele uitzondering na, nogal zuinig geweest met hun investeringen in netwerken. Ze vertrouwen kennelijk liever op het netwerk van hun concurrent KPN. Iedereen kan van KPN's IP-backbone gebruik maken. Van bevoordeling van de eigen Internet-aanbieders is ook absoluut geen sprake. Dat is een paar jaar geleden ook al eens onderzocht en toen bleek onomstotelijk dat er niets aan de hand was. Het dossier werd door de overheid gesloten. Wie toch denkt dat er iets niet pluis is, moet met feiten komen en dus niet naar het middel van publieke verdachtmaking grijpen. Zeker niet in je functie van officieel toezichthouder.

Resteert de vraag of de gewone beller meebetaalt aan het `gratis Internet' waar hijzelf geen gebruik van maakt. Dat is soms inderdaad het geval. Dat vergt enige uitleg. Tot dusverre gold voor de afwikkeling van telefoonverkeer tussen de netwerken van verschillende aanbieders, één uniform tarief, onafhankelijk van de kosten die worden gemaakt. In de praktijk leidt dat ertoe dat forse kortingen kunnen worden doorgegeven aan internet-gebruikers. Door het recente besluit van de OPTA om de regels te versoepelen waardoor verschillende tarieven mogelijk worden, zal de markt weer zijn werk kunnen doen. Deregulering dus.

Het is daarom des te merkwaardiger dat Arnbak toch weer pleit voor extra regels op een markt, die zich nu juist dankzij het ontbreken van regels zo snel ontwikkelt. Het heeft er alle schijn van dat OPTA op zoek is naar een uitbreiding van zijn werkterrein.

Prof.dr. M.W. de Jong is directeur concernstrategie en regelgeving KPN.