Koerdisch parlement gaat op in breder Congres

Het Koerdische parlement-in-ballingschap, dat in 1995 in Den Haag onder woedend protest van Turkije werd opgericht, heeft besloten op te gaan in het eerder dit jaar in Amsterdam geboren Koerdisch Nationaal Congres.

Het parlement-in-ballingschap, dat louter Turks-Koerdische vertegenwoordigers telt, werd door de Turkse regering beschouwd als zuiver een mantelorganisatie voor de verboden Koerdische Arbeiderspartij (PKK). Zijn bijeenkomsten, in telkens een ander land, leidde dan ook altijd tot een - meestal tijdelijke - verslechtering van de betrekkingen tussen het gastland en Turkije. Ook Nederland werd indertijd door vergeldingsmaatregelen getroffen. Het parlement had zijn volgende bijeenkomst gepland in Spaans Baskenland, wat al tot Turkse dreigementen aan het ades van Madrid had geleid.

Het Koerdisch Nationaal Congres op zijn beurt omvat ook andere Koerdische groepen en partijen, en pretendeert alle Koerden uit alle Koerdische gebieden te vertegenwoordigen. Het wordt echter wel degelijk door de PKK gedomineerd, wat wordt geïllustreerd door het feit dat de in Turkije gevangen PKK-leider Abdullah Öcalan erevoorzitter is. Bovendien zijn de belangrijkste Iraaks- en Iraans-Koerdische partijen niet of slechts als waarnemer in het Koerdische Congres vertegenwoordigd.

De fusie, die door het in Brussel gevestigde secretariaat van het parlement-in-ballingschap in een verklaring aan internationale persbureaus werd bekendgemaakt, valt samen met een serie stappen van de PKK, geïnitieerd door Abdullah Öcalan vanuit zijn gevangenis in Turkije, om met de Turkse regering in gesprek te raken. Belangrijkste daarvan is het besluit van de PKK de gewapende strijd voorgoed op te geven en in plaats daarvan ,,op basis van vrede en democratie'' een oplossing voor het Koerdische conflict te zoeken. De PKK heeft 15 jaar lang in het zuidoosten van Turkije een oorlog gevoerd tegen de Turkse autoriteiten, die tienduizenden aan beide zijden het leven heeft gekost. Vorige week kondigde de Presidentiële Raad van de PKK, die na de gevangenneming van Öcalan in februari is opgericht, aan dat op korte termijn een ,,vredesdelegatie'' naar Turkije zal worden gestuurd met brieven van het leiderschap voor de Turkse autoriteiten.

De Turkse autoriteiten reageren vooralsnog argwanend. Zij dringen er bij de Koerdische rebellen op aan zich onvoorwaardelijk over te geven.