Een zware last

De Westerse wereld, in iedere geval het Amerikaanse deel daarvan, lijdt onder de luxekoorts, meent de econoom Robert H. Frank. Meer dan ooit steken de mensen zich in de schulden voor onnutte maar prijzige spullen. Ze worden er niet gelukkiger van, en de economie vaart er evenmin wel bij: investeringen voor belangrijker zaken bijvoorbeeld, schieten er zo bij in. Frank heeft een oplossing voor het probleem.

Bij de duurste juwelier op Fifth Avenue kun je hetzelfde zien als bij een lokale ijzerhandel, zegt de Amerikaanse econoom Robert H. Frank. De koopwaar verschilt natuurlijk, maar de omzet wordt gedreven door dezelfde zucht naar luxe. Bij de juwelier zetten horloges van tienduizenden dollars de toon, bij de hardware store barbecues van duizenden dollars. Amerika lijdt massaal aan ,,luxekoorts'' en dat is slecht voor het welzijn van iedereen, aldus Frank, auteur van het boek Luxury Fever; Why Money Fails to Satisfy In an Era of Excess.

Frank is geen socialist en ook geen asceet. Hij doceert economie aan de Cornell Universiteit in Ithaca en hij beschouwt zichzelf als een pleitbezorger van de vrije markt. Hij en zijn vrouw hebben een BMW en een Saab in de garage staan. Een rode Porsche die hij goedkoop op de kop kon tikken bracht hem hevig in verleiding.

,,Ik hou van mooie dingen'', zegt hij zonder zich te verontschuldigen. En hij erkent dat hij erg genoten heeft toen een journalist van The New York Times hem voor een gesprek over zijn boek mee uit eten nam in het New-Yorkse toprestaurant Lespinasse. Vooral de risotto met witte truffelolie was onvergetelijk.

Maar dat culinaire genoegen stond in geen verhouding tot de prijs, voegt hij daar snel aan toe tijdens een iets bescheidener lunch (tonijn-sandwich met iced tea) in Washington. ,,De enorme bedragen die we tegenwoordig uitgeven aan dure maaltijden, wijnen en sigaren, aan luxe auto's en steeds grotere huizen, zijn helemaal los komen te staan van het extra plezier dat we daaraan beleven. Er is een soort wapenwedloop van de consumptie aan de gang.''

Dat de rijke toplaag van de samenleving baadt in luxe, is niets nieuws. Op het jacht van de Griekse scheepsmagnaat Aristoteles Onassis, weet Frank, waren niet alleen de kranen van goud, iedere barkruk was bekleed met de boterzachte (en peperdure) voorhuid van een potvis. De superrijken hebben zich altijd met extravagantie willen onderscheiden. Nieuw is dat de ongeremde consumptiedrift een steeds algemener verschijnsel is, waaraan vrijwel niemand zich meer kan onttrekken. ,,Het luxueuze consumptiepatroon van de superrijken beïnvloedt ons bijna allemaal, hoe veel of weinig we ook verdienen. En dat levert problemen op.

,,Kijk maar eens wat voor barbecues er tegenwoordig te koop zijn. Een jaar of tien geleden kon je maximaal een paar honderd dollar aan een barbecue besteden. Nu is er een topmodel met allerlei handige foefjes en professionele hulpmiddelen voor vijfduizend dollar op de markt. De meeste mensen zullen zo'n ding niet nodig hebben, laat staan kopen. Maar het stelt ons referentiekader wel naar boven bij. Een barbecue van duizend dollar is opeens niet meer zo uitzinnig.

,,De huizen die nu in de Verenigde Staten worden gebouwd zijn gemiddeld twee keer zo groot als de huizen die we in de jaren vijftig bouwden. Drie slaapkamers en twee badkamers is niet meer genoeg. De uitgaven aan luxegoederen stijgen per jaar zo'n twintig procent, vier keer zoveel als de uitgaven aan andere goederen.

,,Het kan heel moeilijk zijn om je te onttrekken aan het virus dat ons de luxekoorts bezorgt. Als steeds meer mensen op sollicitatiegesprekken verschijnen in pakken van 1.200 dollar, dan wil je niet het risico lopen dat je een slechte beurt maakt in een pak van 300 dollar. Als je ziet dat steeds meer mensen een Ford Excursion of een andere grote vierwiel-aangedreven auto kopen, dan wordt een Honda Civic die half zo zwaar weegt opeens een stuk minder aantrekkelijk – vooral als je bedenkt wat er gebeurt bij een botsing met zo'n gevaarte. Zo kom je op allerlei manieren onder druk te staan om mee te doen met de grote consumptiedrift.''

Maar is de neiging van veel mensen om het geld te laten rollen niet juist een belangrijke motor van de economie? Frank zucht diep. ,,Dat is een van de ernstigste misverstanden die ik mensen te berde hoor brengen, zelfs vooraanstaande economen als Paul Krugman komen ermee aan. De rest van de wereld kampt met een recessie en wij niet, luidt het argument, dus al die dikke auto's en grote huizen zijn toch echt ergens goed voor. Maar als ik een hele grote villa laat bouwen, dan gaat dat ten koste van iets anders. Ik heb bijvoorbeeld timmermannen nodig, en die zijn bij de huidige lage werkloosheid schaars. Als ze aan mijn villa werken, dan is het voor mensen in een middenklassewijk met een lekkend dak weer een stukje moeilijker om voor hùn huis een betaalbare timmerman te vinden.

,,De consumptiewedloop is dus niet zonder prijs. Voor de lage en de middeninkomens is dat geen verrassing. We besteden in Amerika steeds meer geld aan luxegoederen, maar het gemiddelde gezinsinkomen stijgt ondertussen nauwelijks. Wat wel toeneemt zijn schulden die met credit cards worden gemaakt en het aantal faillissementen: één op de zeventig Amerikaanse huishoudens gaat tegenwoordig bankroet.''

Het grote consumeren is niet alleen een zware last voor de mensen die de wedloop niet kunnen bijhouden. Het is volgens Frank een probleem voor iedereen, rijk of arm, die zich in het zweet of in de stress werkt om maar aan het hogere uitgavenpatroon te kunnen voldoen. ,,Niemand wil achterblijven, en dus offeren we vrije tijd op, verwaarlozen we ons privé-leven, raken we overwerkt en sparen we niet. We nemen genoegen met slechte openbare scholen, met gebrekkige infrastructuur, vervuild drinkwater en in het algemeen met belabberde overheidsvoorzieningen: alles liever dan wat meer belasting betalen.''

De nieuw aangeschafte luxegoederen bezorgen de meeste mensen ondertussen geen groter gevoel van tevredenheid, zegt Frank. Een derde van de Amerikanen die meer dan 100.000 dollar verdienen zeggen dat ze de eindjes niet aan elkaar kunnen knopen. In zijn boek haalt hij opinieonderzoek aan waaruit blijkt dat het percentage mensen dat zegt gelukkig te zijn door de jaren heen min of meer constant blijft. De enorme groei van de luxe heeft daar kennelijk geen invloed op. Als in een land eenmaal een bepaalde drempel van welgesteldheid is bereikt, betoogt hij, dan komt het gevoel van welbevinden bij de meeste mensen helemaal los te staan van de extra bezittingen die ze nog weten te verwerven.

Frank spreekt geen morele veroordeling uit over de zucht naar luxe die zoveel mensen in zijn greep heeft. ,,Als je morele oordelen over ons uitgavenpatroon gaat vellen dan zijn er maar heel weinig mensen die de test doorstaan. In New York loopt een veelbesproken rechtszaak over de alimentatie die Revlon-topman Ronald Perelman aan zijn ex-vrouw moet betalen. Zij betoogt dat ze hun vierjarige dochtertje dezelfde luxe moet kunnen geven als de vader, en dat daarom op de kinderkamer een antiek bureautje van 19.000 dollar niet mag ontbreken.

,,Is het ethisch om zoveel geld aan zoiets te besteden? Voor hetzelfde bedrag zou je in de Derde Wereld honderden levens kunnen redden. Maar ik geloof niet dat je met dit soort argumentaties veel opschiet. De meeste mensen in de middenklasse zouden ook best toe kunnen met een auto die half zo duur is, en dan zouden ze misschien ook tien levens kunnen redden. Maar zijn we slechte mensen omdat we het niet doen?

,,Ik zeg evenmin: wat stom dat mensen hier of daar hun geld aan uitgeven. Er zijn nu eenmaal veel prachtige en heerlijke dingen, en die willen de meeste mensen graag hebben. En het zit in de menselijke natuur om je te spiegelen aan wat je om je heen ziet, aan wat je buurman heeft. Mijn punt is alleen, als je eens goed kijkt naar wat al die spullen ons opleveren dan is het antwoord vaak: niet veel vergeleken met wat we ervoor hadden kùnnen krijgen.''

Frank gelooft niet in het afdwingen van een sobere levensstijl, zoals critici van de consumptiemaatschappij dat sinds jaar en dag bepleiten. Mensen die zelf hun brood bakken en hun eigen kleren naaien kunnen daar individueel misschien gelukkig van worden, voor de maatschappij als geheel levert dat weinig op. ,,De productiviteit zou erg laag komen te liggen, en dat werkt averechts. De gedachte dat we de economische groei moeten beperken is een grote misvatting. Zelfs het milieu is gebaat bij economische groei. Rijke samenlevingen zijn veel meer geneigd om vervuiling tegen te gaan dan arme. De Sovjet-Unie en de communistische landen in Oost-Europa vonden dat ze niet genoeg geld hadden om de milieuvervuiling aan te pakken. Maar Los Angeles heeft nu schonere lucht dan 25 jaar geleden, ook al worden er nu twee keer zoveel autokilometers gereden als toen.''

De oplossing die Frank voorstelt om de geldverslindende consumptie aan banden te leggen moet de economische groei juist bevorderen. ,,We kunnen met minder luxeartikelen toe, maar dat zal alleen acceptabel zijn als we collectief een stap terug doen. Het is altijd pijnlijk om je consumptieniveau te verlagen, alleen een bevlogen enkeling zou dat op eigen houtje willen doen.''

De beste manier om de luxekoorts te bestrijden, zegt Frank, is met een consumptiebelasting. Deze zou uitgaven aan luxegoederen niet verhinderen, maar wel ontmoedigen. Iedereen zou nog steeds even mooie of mooiere spullen dan de buren willen en kunnen kopen, alleen de wedloop zou zich op een minder kostbaar niveau afspelen. De nieuwe belasting, die de inkomstenbelasting vervangt, zou aanmoedigen tot sparen en daardoor de economische groei stimuleren. Voor de staat zou er geld vrijkomen om te besteden aan onderwijs, infrastructuur, herstel van de verpauperde binnensteden en andere verwaarloosde overheidstaken. Het tarief zou oplopen tot maximaal zeventig procent – voor iedere dollar die iemand boven een bepaald bedrag uitgeeft zou hij zeventig cent moeten afdragen aan de schatkist.

,,Ik besef dat de meeste mensen niet staan te trappelen om een nieuwe belasting in te voeren, zeker in Amerika niet. Maar het is de minst pijnlijke vorm van belasting. Als je wilt kun je er volledig aan ontkomen. De conservatieve econoom en Nobelprijswinnaar Milton Friedman schreef me dat hij in 1943 al eens een consumptietax had voorgesteld, om de oorlog te financieren.''

Frank is nuchter over de politieke levensvatbaarheid van zijn plan. ,,Ik verbeeld me niet dat zo'n belasting hier een-twee-drie zal worden ingevoerd. Maar het idee wordt wel opgepikt. En ik vind het bemoedigend dat een recent voorstel van de Republikeinen in het Congres om de belastingen te verlagen, bij het publiek niet erg lijkt aan te slaan.''

Maar niettemin liggen belastingen in Amerika altijd uiterst gevoelig, en Frank noemt het ,,een oerstomme fout'' dat hij zijn plan heeft gepresenteerd als ,,consumptiebelasting''. ,,Ik had het gewoon een ,,ontheffing voor sparen'' moeten noemen. Dat is precies hetzelfde: want alles wat je niet spaart geef je uit, en dat wordt belast. Alleen het klinkt een stuk vriendelijker.''

De kloof tussen rijk en arm in Amerika is de afgelopen jaren snel gegroeid. Uit een recent onderzoek van het Institute for Policy Studies in Washington blijkt dat een directeur van een toponderneming in 1990 gemiddeld 85 keer zoveel verdiende als een fabrieksarbeider, terwijl hij tegenwoordig 419 keer zoveel verdient. Wat zal een consumptietax voor gevolgen hebben voor de verschillen tussen arm en rijk?

,,Het zal die kloof misschien nog groter maken, omdat de mensen met het meeste geld er het meest op vooruit gaan als ze hun consumptiedrift intomen. Ik ben er niet gelukkig mee dat het enorme verschil in rijkdom nog zal toenemen. Maar als het verschil in uitgaven kleiner wordt, maakt het niet zoveel meer uit.''

Robert H. Frank: Luxury Fever; Why Money Fails to Satisfy In an Era of Excess. The Free Press. 326 blz., 25 dollar.

    • Juurd Eijsvoogel