Burundi zucht onder `een vergeten genocide'

Negentien strijdende partijen hervatten deze week het overleg dat vóór december vrede in Burundi moet brengen. Sinds 1993 zijn tenminste 200.000 mensen vermoord.

De commandant geeft geen krimp. In Iljenda, een dorpje op twintig kilometer van de hoofdstad Bujumbura, is de weg al om vier uur afgesloten. ,,De aanvallen van de rebellen zijn vandaag al vroeg begonnen'', geeft de militair als verklaring. Met de duisternis valt ook de stilte over het dorp: twee straten, de kerk, een theefabriek.

In Burundi hebben de militairen het overdag voor het zeggen. 's Avonds heersen de rebellen. Alsof het een afspraak is. De militairen zeggen dat de bewoners samenwerken met de rebellen. Terwijl de rebellen beweren dat ze informanten van de militairen zijn. Voor de bevolking maakt het niet uit door wie ze wordt geterroriseerd.

De dood houdt de Burundese samenleving al jaren in de greep. De bevolking zelf begint meestal te tellen in 1993, het jaar waarin de burgeroorlog begon. Decennia van etnische en politieke conflicten waren daaraan vooraf gegaan. Sinds 1993 zijn tenminste 200.000 mensen vermoord, op een bevolking van ruim 6 miljoen. Sommige rapporten spreken over een half miljoen doden. De helft verloor de laatste drie jaren het leven sinds de huidige president Pierre Buyoya via een staatsgreep aan de macht kwam.

,,Een vergeten genocide.'' Zo noemen internationale hulpverleners de massamoord die in Burundi is gepleegd. Met enig cynisme verwijzen ze naar buurland Rwanda, waar in 1994 binnen honderd dagen 700.000 mensen werden uitgeroeid. Een bloedbad dat wèl tot grote internationale verontwaardiging heeft geleid.

Rwanda en Burundi lijken op elkaar als Nederland en België. In beide landen wordt praktisch dezelfde taal gesproken. In beide landen strijden Hutu's en Tutsi's om de macht. Beide landen zijn gekoloniseerd door de Belgen die de Tutsi-minderheid gebruikten om de Hutu-meerderheid te besturen.

Maar Rwanda en Burundi verschillen ook van elkaar als Nederland en België. In Rwanda regeerde de Hutu's vanaf de onafhankelijkheid in 1962 tot aan 1994. In Burundi hielden de Tutsi's tot aan 1993 de macht. Dat jaar kreeg het land bij de eerste vrije verkiezingen voor het eerst een Hutu als president – Melchior Ndaye – en veroverde zijn partij FRODEBU een overtuigende meerderheid in het parlement.

Maar het door Tutsi's gedomineerde leger heeft de groeiende invloed van Hutu's nooit geaccepteerd. Nadaye werd al enkele maanden na zijn aantreden door Tutsi-officieren vermoord. Zijn opvolger Cyprien Ntaraymira, ook een Hutu, stierf in april 1994 eveneens een gewelddadige dood. Het vliegtuig waarin hij zat samen met zijn Rwandese ambtsgenoot Habyiramana werd neergeschoten, wat in Rwanda de genocide op gang bracht.

De derde Hutu-president, Sylvestre Ntibantunganya, verloor zijn greep op de sterk gepolariseerde Burundese samenleving en moest in juli 1996 zijn toevlucht zoeken in de Amerikaanse ambassade. Na een staatsgreep door het leger keerde de Tutsi Pierre Buyoya weer terug als president. In 1987 was hij ook al door een coup aan de macht gekomen en tot aan de vrije verkiezingen van 1994 had hij Burundi geleid.

De burgeroorlog in Burundi is niet alleen een strijd tussen Hutu's en Tutsi's. Meer nog is het een gevecht om de macht tussen Tutsi-clans, afkomstig uit verschillende regio's. De Tutsi's uit Bururi, een centraal gelegen kustprovincie, hebben de leiding, zowel politiek, militair als economisch. Vanaf de onafhankelijkheid komen alle Tutsi-presidenten uit Bururi, ook Buyoya.

Sinds juni vorig jaar voeren de strijdende partijen besprekingen in het Tanzaniaanse Arusha om tot een einde van de gewelddadigheden te komen. Dat gebeurt onder sterke internationale druk, vooral van Afrikaanse buurlanden. Het overleg wordt door de Tanzaniaanse president Julius Nyerere (78) geleid. Maar het staakt-het-vuren dat destijds werd overeengekomen, wordt nog dagelijks geschonden. Eind deze maand moet een nieuwe ronde onderhandelingen de impasse doorbreken waarin het vredesoverleg al maanden verkeert.

Een akkoord zou niet alleen een eind maken aan het geweld in Burundi, ook aan het geldverslindende apparaat in Arusha. Elke onderhandelaar ontvangt per dag vijfhonderd dollar plus hotelkosten plus een auto en gratis eten en drinken. ,,Erg veel haast met de vrede hebben ze daarom niet'', constateert de Burundese journalist Albert Habingabwa.

,,Het probleem is dat de onderhandelaars in Arusha weinig greep hebben op ontwikkelingen in Burundi zelf'', zegt Claudine Umwizera. Zij is getrouwd met een gefortuneerd Burundees zakenman die dicht bij het politieke vuur zit. ,,Behalve als het om geweld gaat. Het is geen toeval dat de aanvallen van de rebellen in hevigheid zijn toegenomen, net op het moment dat men zich in Arusha weer opmaakt voor een nieuwe onderhandelingsronde.''

De rebellen zijn geen losgeslagen guerrillero's. De meeste groeperingen zijn gewapende vleugels van de talloze Burundese politieke partijen, die in de regering, in het parlement en aan de onderhandelingstafel in Arusha vertegenwoordigd zijn.

De regering wordt niet alleen bedreigd door rebellen, maar ook door de elite in de hoofdstad, vertelt Claudine Umwizera. ,,De economische elite heeft genoeg van president Buyoya, die ze eerder in het zadel hielp.'' Die afkeer heeft alles te maken met de gierende economische achteruitgang in Burundi. De inflatie blijft stijgen, terwijl de koers van de Burundese franc sinds februari is gehalveerd. ,,Er vormen zich milities die zich presenteren als sportclubs. Je ziet ze door de straten rennen. Ze worden betaald door de economische bovenlaag'', waarschuwt de journalist Albert Habingabwa. Claudine Umwizera vult aan: ,,Buyoya verliest de macht. Vorig jaar benoemde hij twee vice-presidenten uit de beide etnische groepen om zowel Hutu's en Tutsi's tevreden te stellen. Het is de tactiek van verdeel-en-heers die hij vaak gebruikt, en die leidt tot splitsingen in politieke partijen. Maar het eindresultaat is dat die politiek zich tegen hem keert.'' Een probleem is, verzucht een VN-diplomaat, ,,dat er in Burundi voor Buyoya geen alternatief bestaat''.

In de meest zuidelijke provincie van Burundi, Makamba, hokken tienduizenden mensen bijeen onder golfplaten en strooien daken. Er is geen stromend water, geen licht, geen riolering, geen school, nauwelijks medische zorg. Door het geweld zijn ze verdreven uit hun huizen. Over de grens, in Tanzania, bivakkeren honderdduizenden Burundese vluchtelingen in kampen.

,,In Burundi groeit een complete generatie op zonder onderwijs'', zegt Nigel Watt van de hulporganisatie Christian Aid. ,,De meeste scholen zijn de afgelopen vijf jaar verwoest. De gezondheidszorg ligt volledig plat. De toekomst voor Burundi ziet er somber uit.''