Brussel is nog sceptisch over nieuw mestplan

Voor het eerst stond minister Brinkhorst gisteren officieel voor zijn Europese collega's. Hij legde hun `zijn' mestplan voor. Naast scepsis over het zoveelste Nederlandse `eureka!' was er ook sympathie.

Sympathie maar ook reserves en wantrouwen waren gisteren in Brussel te beluisteren toen minister Brinkhorst (Landbouw) zijn mestplan presenteerde. In zijn eerste officiële optreden voor de Landbouwraad kreeg Brinkhorst kortom niet de respons waarop hij wellicht had gehoopt: concrete steun.

Brinkhorst zei te hopen dat de Europese Commissie het plan uiteindelijk niet alleen politiek steunt, maar ook ,,het instrumentarium inzet'' om het plan kans van slagen te geven. Brinkhorst wil financiële steun om de intensieve veehouderij aan te pakken. Maar dat ligt gevoelig. Nederland heeft wat landbouw betreft niet zo'n goede naam in Brussel.

Brinkhorst realiseerde zich naar eigen zeggen goed waarom de meeste collega's wat wantrouwend tegenover het nieuwe voorstel staan. ,,Ik ben al de vijfde Nederlandse minister op rij die hier aankomt en zegt: ik heb de oplossing.'' Brinkhorst vatte de Nederlandse opstelling van de afgelopen decennia samen met de woorden `uitstellen, bijstellen, afstellen'.

Daar komt nog bij dat de Nederlandse aanpak wel eens bepalend kan worden voor de rest van Europa. Want hoewel Nederland een unieke positie bekleedt als het gaat om de omvang van de intensieve veehouderij, kampt nagenoeg iedere lidstaat met ditzelfde probleem, zij het in mindere mate. Nederland kan met het slagen van dit plan een precedent scheppen voor andere lidstaten. Een streng precedent, waar andere lidstaten niet altijd op zitten te wachten.

Desalniettemin proefde Brinkhorst ook `sympathie' voor zijn plan. Euro-commissaris Fischler bijvoorbeeld, net begonnen aan zijn tweede termijn op landbouw, reageerde verheugd. ,,Hij prees de brede aanpak die wij hebben gekozen. Duurzame landbouw, dierenwelzijn en -gezondheid en aandacht voor de sociale gevolgen van het plan'', zei Brinkhorst.

De dag begon al vroeg voor Brinkhorst, zelf voorheen Europees directeur-generaal milieu. Voorafgaand aan de vergadering van de Europese ministers van Landbouw bezocht hij zijn oude werkplek. De nieuwe Eurocommissaris voor milieu, de Zweedse M.Wallström, kreeg tekst en uitleg over het mestplan. Het gaat daarbij tenslotte om een milieumaatregel. Volgens Brinkhorst was ook Wallström enthousiast.

Maar binnen het directoraat-generaal zijn ook andere geluiden te horen. Zo plaatst een topambtenaar van dat directoraat grote vraagtekens bij de haalbaarheid van het plan. Brinkhorst wil namelijk op enkele punten afwijken van de Europese Nitraatrichtlijn. In plaats van de Europese grens van 170 kilogram fosfaat uit dierlijke mest per hectare cultuurgrond wil Nederland een onderscheid maken tussen akkerland en grasland. Voor de 800.000 hectare akkerland houdt Nederland zich aan de regels, maar voor de ruim één miljoen hectare grasland wil Brinkhorst meer fosfaat per hectare.

De Brusselse ambtenaar, die niet met zijn naam in de krant wil: ,,Dat is nagenoeg onmogelijk. Eventuele afwijkingen van de richtlijn zijn bedoeld voor kleine gebieden. Denemarken heeft bijvoorbeeld maar drie procent van het aantal hectares grasland aangemeld voor een afwijking. Van ieder gebied moet namelijk worden aangetoond dat met specifieke compenserende maatregelen het grondwater inderdaad niet verder vervuild wordt.''

Twee maanden geleden werd Nederland nog officieel in gebreke gesteld, omdat het ministerie van Landbouw de afgelopen jaren onvoldoende maatregelen had genomen om te voldoen aan de Europese Nitraatrichtlijn. Overigens hebben nog tien andere lidstaten een officiële berisping uit Brussel gekregen. Brinkhorst maakte gisteren tevens gebruik van de mogelijkheid tot twee maanden uitstel om de kritiek uit Brussel te weerleggen. Eigenlijk zou hij op 3 oktober al met een definitieve, onderbouwde versie van het plan moeten komen. Die datum is nu verschoven naar 3 december, zodat Brinkhorst eerst met de Kamer over zijn mestplan kan debatteren.

Hoewel het officiële debat met de Kamer over het mestplan nog moet beginnen, liet Brinkhorst zich gisteren al de uitspraak ontlokken dat hij zal aftreden als zijn plan geen coalitiebrede steun krijgt. Vooral de opstelling van coalitiepartner VVD is tot nu toe wat onduidelijk geweest. Fractievoorzitter Dijkstal zei tijdens de algemene beschouwingen het plan van Brinkhorst ,,op hoofdlijnen te steunen'', maar de liberale landbouwwoordvoerder Oplaat heeft kritiek. Hij vindt het plan van de minister te streng en wil uitstel voor de boeren. Op 7 oktober vergadert de Kamer over het plan.