Bomhoff schiet, maar niet met argumenten 2

Al die jaren dat de columns van Bomhoff in NRC Handelsblad verschijnen heb ik me geërgerd aan de badinerende toon waarmee vernieuwingsgerichte bewegingen zoals Greenpeace benaderd werden.

Het gemak waarmee een hilarisch beeld uit de jaren zestig van 18-jarigen, die inderdaad soms vreemde dingen beweerden, verbonden wordt met een beweerd ongelijk van wat `de miljeubeweging' wordt genoemd, is ergerlijk. Mensen met een bewogen hart voor een gezonde relatie tussen mens en omgeving, zouden volgens een Amerikaans onderzoek vaker ongelovig zijn dan de controlegroep. In Nederland zouden Greenpeace en Milieudefensie een substituut voor dit ontbrekende geloof zijn; kan het zotter? De roep om een verantwoorde omgang met de aarde en haar hulpbronnen wordt juist vaak geslaakt door mensen met een geloofsovertuiging. Het is een schier eindeloze rij mensen die, hoewel soms atheïst, een sterk geloof hebben in de mogelijkheid de `wereld' te verbeteren.

Bomhoff beweert dat biologische landbouw vanwege het grote ruimtebeslag de natuur juist zal schaden. Het tegendeel is waar. Het rendement per hectare van de Nederlandse biologische landbouw overtreft dat van vele gangbare teelten in het buitenland en de maatschappelijke kosten die uitblijven vanwege het schone produceren verhogen zelfs de batigheid. Dit bewijst dat juist minder ruimte nodig zou zijn.

GroenLinks krijgt een veeg uit de pan vanwege het pleidooi voor vermindering van het gebruik van bestrijdingsmiddelen en het waar mogelijk stimuleren van de biologische landbouw. In diverse publicaties (een rode draad door het GroenLinkse-milieubeleid bijvoorbeeld) wordt zeer genuanceerd geredeneerd over een mogelijk, en hier en daar reeds ingezet, transformatieproces.