Bolbliksem

Genoeglijke presentatie van de nieuwe druk van de Grote Van Dale, gisteren in de Beurs van Berlage in Amsterdam. Alles was zoals we verwacht hadden: saaie toespraak van hoofdredacteur T. den Boon, pittige conference van Freek de Jonge – inclusief mooi gedicht over een kerkbezoek met zijn vader – en de parmantige inontvangstneming van de drie boeken (`omberkleurig', zoals de hoofdredacteur trots zei) door Harry Mulisch.

Nu is het onbevredigende van boekpresentaties dat het boek nog niet gelezen is, behalve door een handvol insiders. Iedereen is blij, of doet alsof, maar niemand weet zeker of er reden is voor die blijheid. Dat boek waar nu het glas op wordt geheven, kan over enkele weken een lor blijken dat je niet eens naar De Slegte durft te brengen.

Hoe zal het de nieuwe Grote Van Dale vergaan als onafhankelijke taaldeskundigen zich er straks over gebogen hebben? Vooralsnog lijkt me meer reserve geboden dan Mulisch toonde. Hij vergeleek de werking van de taal met een bolbliksem. In de oorlog was hij getuige geweest van de vernietigende kracht van zo'n bliksem. ,,Ik zag 'm komen, een beetje 'n harig geval dat dingen uit de lucht opslorpte en toen ontplofte tegen de muur van een huis. Het is een geëxalteerde gastoestand, en de werking van de elementaire deeltjes doet me denken aan de manier waarop de taal door de tijd gaat.'' Mulisch wees dankbaar op de drie delen die hij juist ten geschenke had gekregen: ,,Het is de enige vorm van vandalisme die ik toejuich.''

Mooi literair beeld, maar je vraagt je toch af of Mulisch het straks – als hij de hemel daadwerkelijk ontdekt heeft – zal appreciëren als een bolbliksem de magazijnen van de Bezige Bij met zijn verzamelde werken verpulvert. Dat lijkt immers geen denkbeeldig gevaar als de redacteuren van Van Dale zo hardhandig met de taal blijven omgaan. Liefst 5.488 woorden blijken ze uit de vorige druk, die nog steeds zo onschuldig voor mijn tekstverwerker staat, te hebben gegooid.

Vijfduizend en vierhonderdachtentachtig woorden!

Wat zijn dat voor woorden? Dat zal moeten blijken als de experts de nieuwe druk hebben nagevlooid. De hoofdredacteur maakte ons in zijn toespraak niets wijzer: geen woord over de verdwenen woorden. Uit een artikel van Ewoud Sanders, gisteren in deze krant, begreep ik dat het om `veel sterk verouderde woorden' en samenstellingen als `energieoverschot', `gazonsteen' en `hoteltarief' gaat. Kunnen zoveel woorden zó snel – de vorige druk is van 1992 – verouderen? En wat is er mis met `energieoverschot' en `hoteltarief'?

De nieuwe Van Dale wil erg trendy zijn. `Hamburgerbaan', `inleenkracht', `cardiofitness', `sambavoetbal' en `strandvolleybal' moesten er zo nodig in – woorden die al uitgeburgerd zijn voor ze ingeburgerd zijn. `Sleurhut' staat er ook in: `een schertsende benaming voor caravan'.

Als een toerist ons vraagt naar onze hoteltarieven, zullen we voortaan moeten antwoorden: huur maar een sleurhut.