BLAD MET GEZAG

Op de overvolle Amerikaanse tijdschriftenrekken is niets te vinden dat lijkt op The New Yorker. Geen ander blad kan zijn lezers iedere week verrassen met zo'n inventieve combinatie van goed geschreven journalistieke stukken, getekende grappen, korte verhalen, kunstkritieken, kwaliteitskolder en scherpe observaties over het leven in New York.

Het tijdschrift, dat bestaat sinds 1925, wordt vaak op een voetstuk gezet met behulp van het bijvoeglijke naamwoord `eerbiedwaardig'. Dat is meestal een verwijzing naar de grote schrijvers, tekenaars en critici die er door de jaren heen aan hebben meegewerkt – van Dorothy Parker, James Thurber en J.D. Salinger tot John Updike, Saul Steinberg en Pauline Kael, om maar een kleine greep te doen. Maar The New Yorker dankt zijn reputatie niet alleen aan die legendarische traditie. Zelfbenoemde keurmeesters van de cultuur mopperen af en toe dat de kwaliteit van vroeger niet meer gehaald wordt. Maar het blad is nog altijd spinglevend, en het blijft op zijn eigenzinnige en intelligente manier een oase in de Amerikaanse mediacultuur. Lichtvoetig en ernstig tegelijk, gevarieerd en zelden voorspelbaar, en niet bang om af en toe een stuk van twaalf pagina's te plaatsen.

Voor het nieuws van het moment zal niemand The New Yorker kopen. Maar wel voor de bijvoorbeeld fascinerende reportage over de strijd tegen het pokkenvirus, die vrijwel gewonnen was, maar nu een onverwacht gevaarlijke wending dreigt te nemen. Voor de scherpe politieke observaties van Joe Klein (schrijver van Primary Colors). Voor de speels geïllustreerde culturele agenda. Voor een nieuw verhaal van T. Coraghessan Boyle. En natuurlijk voor de geestige en absurde tekeningen die altijd door het nummer verspreid staan (politieman richt zijn pistool op een hond die vastgebonden is aan een verstreken parkeermeter, terwijl een vrouw een groentezaak uit komt hollen, roepend: `Wacht, ik heb een kwartje!').

The New Yorker is onderdeel van het tijdschriftenimperium Condé Nast en maakt ondanks een oplage van ruim 800.000 al jaren verlies. Toch heeft de nieuwe hoofdredacteur David Remnick, opvolger van de flamboyante Tina Brown, het aantal redactionele pagina's het afgelopen jaar kunnen uitbreiden. De uitgever overweegt over te schakelen naar verschijning eens in de twee weken. (Tekst Juurd Eijsvoogel)