Bijstandsmoeders 1

Het kabinet stelt voor om alleenstaande bijstandsouders (± 97 procent moeders) met kinderen onder de vijf jaar partiële arbeidsplicht op te leggen. Het Samenwerkingsverband Mensen Zonder Betaald Werk (een landelijke belangenorganisatie van uitkeringsgerechtigden en andere minima) is daar fel op tegen.

Wij hebben in de discussie met politici en beleidsmakers een andere optie neergelegd: vrijstelling van arbeidsplicht zolang er kinderen onder de vijf jaar zijn, en gedeeltelijke arbeidsplicht voor ouders van kinderen tussen de vijf en 17 jaar. Daarnaast hebben wij voorgesteld om vooral alle alleenstaande ouders in de bijstand met name kansen te bieden het contact met de (betaalde en onbetaalde arbeidsmarkt) en de maatschappij in zijn geheel te behouden en te verstevigen, om sociale uitsluiting te vermijden.

Bijstandsouders hebben (anders dan hoogopgeleiden en de meeste tweeverdieners met kinderen) niet de keuze om zelf hun kinderen op te voeden of toe te treden tot de betaalde arbeidsmarkt. Wij zijn van mening dat kinderen in alle opgroeifases recht hebben op de persoonlijke aandacht en energie van de eigen ouder(s), omdat hiermee de basis gelegd wordt voor houvast, zekerheid, normen en waarden en saamhorigheid in de toekomst.

Daarnaast geldt dat met 24 uur betaald werken de meeste betrokkenen niet uit de bijstand zullen zijn, aangezien zij veelal terecht zullen komen in het laagste inkomenssegment van de arbeidsmarkt. Dat betekent dus werken met een aanvullende uitkering en nog steeds de adem van de sociale dienst in je nek. Het kabinet zelf heeft in haar nota `Op weg naar een nieuw evenwicht tussen arbeid en zorg' gesteld dat voor de genoemde groep betaalde arbeid geen oplossing van het armoedeprobleem is. De nu voorgestelde maatregel lost armoede niet op, maakt vrouwen niet economisch afhankelijk en is niet bevorderlijk voor de sociale cohesie van onze maatschappij.

    • S.G. Dulfer
    • Secretaris Smzbw