Vragen staat vrij en ook de koffie is gratis

Poëzieliefhebbers en nieuwsgierige Aagjes konden dit weekend, tijdens de vijfde editie van Dichter aan huis in Den Haag, naar gedichten luisteren in kapitale panden, ateliers en rijtjeshuizen. `Zelfs de pindakaas glanst in dit landschap anders.'

Het is tien minuten voor aanvang, en in de kleine huiskamer zitten nog maar twee gasten. Co Woudsma, dichter van de enthousiast ontvangen debuutbundel Viewmaster (1997), laat zich vooralsnog niet uit het veld slaan. ,,Het kan veel erger'', zegt hij. ,,Van de organisatie hoorde ik dat er acht jaar geleden een dichter was die vijf uur lang geen luisteraars kreeg. Toen er tegen zessen een buurvrouw langskwam om een kopje suiker te lenen, werd die gedwongen te gaan zitten om zo de arme dichter van publiek te voorzien.''

Woudsma, die een kwartier later een tiental luisteraars voor zijn geestige `huis-, tuin-, en keukenpoëzie' had, was een van de vijftig dichters die het afgelopen weekend deelnamen aan Dichter aan huis, een tweejaarlijkse manifestatie waarop Hagenaars hun huizen openstellen voor dichters en publiek. Twee middagen lang konden poëzieliefhebbers en nieuwsgierige Aagjes op ieder heel uur een van de 50 deelnemende adressen bezoeken, om daar onderhouden te worden door zulke verschillende dichters als Serge van Duijnhoven en Guillaume van der Graft, Esther Jansma en Jean Pierre Rawie. De route kon zelf gekozen worden, sandwiches en drankjes waren gratis, en slechts bij enkele adressen en dichters bleek het huis zo vol dat er mensen bij de deur werden weggestuurd.

Zo gevarieerd als de locaties waren – ik ging gisteren van een kapitaal herenhuis naar een met kunst behangen koetshuis, en van een smal rijtjeshuis naar een rommelig schildersatelier – zo verschillend waren de dichters. De plechtig-melancholieke plattelandspoëzie van C.O. Jellema, vol van Groningse vlaktes, grijze klei en `voetstappen van eeuwen her', zou nooit tot zijn recht zijn gekomen in dezelfde ruimte als de `hardcore science-fiction gecombineerd met freestyle rap' die de jonge Ruben van Gogh als een volleerd performer declameerde. En de wijze, titelloze gedichten van de 76-jarige Hanny Michaelis (`Briljant filosoferend/ over het leven liet ik/ de aardappels verbranden./ Een onmiskenbaar bewijs van emancipatie') hadden alleen hun gebrek aan rijm gemeen met de aangrijpende scènes uit het dagelijkse leven van de extraverte Utrechtenaar Lernert Engelberts (Oedipus werpt jongen, Ivoren toren te huur).

Engelberts, domicilie houdend in een fraai gestuct pand tegenover de algemene begraafplaats, was de vervanger van zijn vriend en stadgenoot Ingmar Heytze, die `wegens reisangst' niet had kunnen komen. Om hem te gedenken las hij een humoristisch Ierland-gedicht voor dat hij had gepubliceerd in Rails, het literaire tijdschrift in spe waarin ook Heytze schrijft (en waar Ronald Giphart onlangs werd aangesteld als nieuwe hoofdredacteur). Het was een mooi bruggetje naar Mustafa Stitou, die een uur later op het volgende adres tussen de art-nouveaumeubelen een `bijna-readymade' op basis van de kennismakingsrubriek van Rails voorlas: `Jij/ blond/ doorzichtig en beknopt gezichtje/ bla-bla-bladerde puberend/ door de Actueel/ Lachte naar me een keer of vijf...'

De toevallige verwantschappen tussen de verschillende gedichten – en de telkens weer verrassende locaties (`zelfs de pindakaas glanst in dit landschap anders' dichtte Co Woudsma) – maken een belangrijk deel van de charme van Dichter aan huis uit. Bovendien is er na elke voordracht gelegenheid om na te praten met de dichters, die in een huiskamer aanmerkelijk minder hoogdrempelig zijn dan tijdens de veel minder ontspannen Nacht van de Poëzie. Vragen stond vrij, al smeekte Hanny Michaelis vooraf om haar niet de vraag te stellen waarom ze in 1971 met poëzieschrijven was opgehouden (,,daar weet ik ook geen antwoord op''); en ook commentaar was welkom. Als in een baptistenkerk betuigde het publiek, merendeels bestaande uit (vrouwelijke) veertigers en vijftigers, zijn instemming of afkeuring met de gedichten. Het twijfelachtigste compliment van de dag was voor Lernert Engelberts: nadat hij zijn mooie vrije verzen over het verdwijnen van het dierbare had voorgelezen, kreeg hij van een goedbedoelende bezoekster te horen: ,,Het wordt wel wat met jou.''