Verstand nuanceert werkplicht

In reactie op het verzet tegen een arbeidsplicht voor bijstandsmoeders met kinderen onder de vijf jaar, probeert staatssecretaris Verstand (Sociale Zaken) nu duidelijk te maken dat haar voorstel genuanceerder is dan het lijkt. Later deze week komt ze met een definitief voorstel waaruit dit moet blijken.

De nuance betreft vooral de autonomie die gemeenten zullen hebben bij het opleggen van ,,de plicht om te solliciteren en werk of scholing te aanvaarden'' aan alle alleenstaande bijstandsmoeders en -vaders.

Als de gemeentelijke sociale dienst meent dat bijvoorbeeld de faciliteiten voor kinderopvang onvoldoende zijn, kan geheel of gedeeltelijk van een arbeidsplicht worden afgezien. Om dit zo veel mogelijk te voorkomen, heeft het kabinet extra geld ingezet voor de kinderopvang voor de laagste inkomens. De sociale dienst beoordeelt kortom de persoonlijke omstandigheden, zo stelt Verstand voor, en verplicht dan de `cliënt' met kinderen tot het aanvaarden van werk of scholing.

Uit de hoorzittingen van medewerkers van sociale diensten die de Tweede Kamer in 1997 hield, blijkt dat Verstand de zelfwerkzaamheid van sociale diensten wellicht wat overschat. De medewerkers werd toen gevraagd hoe zij omgingen met een motie van de Kamer dat de sociale diensten zelf mochten weten of ze alleenstaande ouders met kinderen tussen de 5 en 12 jaar zouden verplichten te solliciteren, waar in de wet een volledige arbeidsplicht is vastgelegd. Die `beleidsvrijheid' bleek voor de sociale dienst te arbitrair en daarom te riskant. Gevolg was dat de gemeenten strikt de wet volgen.

Een tweede nuance die Verstand had willen aan brengen, maar die in het geweld rondom het etiket `arbeidsplicht' naar de achtergrond is gedrongen, is dat de alleenstaande ouders in de bijstand met kinderen jonger dan 5 jaar een gedeeltelijke arbeidsplicht zal worden opgelegd van 24 uur per week. Is het jongste kind ouder dan vijf, dan geldt de arbeidsplicht een volledige baan.