Van Zweden op weg naar roem

In 1995 begon hij met dirigeren, twee jaar later werd hij chefdirigent van het Orkest van het Oosten, en in september 2000 volgt hij Jevgeni Svetlanov op als chefdirigent van het Residentie Orkest. Jaap van Zweden, eens de beroemdste violist van Nederland, is in vliegende vaart op weg `onze' beroemdste dirigent in eigen land te worden. Afgelopen week leidde hij de Nederlandse tournee van het London Philharmonic Orchestra, met als hoogtepunt een optreden in de serie `Wereldberoemde symfonie-orkesten' in het Amsterdamse Concertgebouw.

Van Zweden opende met een markante uitvoering van John Adams' The chairman dances, een `Foxtrot for Ochestra' die hij al eerder dirgeerde bij het Orkest van het Oosten. In dit aanvankelijk voor de opera Nixon in China bedoelde werk, danst de sensuele ex-actrice Tsjiang Tsj'ing (Mevrouw Mao) tijdens een presidentieel banket met de houterige Voorzitter Mao een waanzinnige foxtrot. Stampende metriek en ouderwetse romantiek wisselen elkaar af in dwingende ritmische patronen, die door Van Zweden werden aangewakkerd alsof hij zelf op de dansvloer stond. Spannend en sensueel, soms een beetje rusteloos, maar over de gehele linie enerverend van spanningsopbouw en meeslepend van karakter.

Ook tijdens de heroïsche opening van Beethovens Vijfde pianoconcert had van Zweden alles uitstekend onder controle. Hij voerde het organisch musicerende London Philharmonic Orchestra aan met het ferme overwicht van een generaal die zijn veldtroepen weet te animeren en de juiste kant op weet te dirigeren. Helaas bleek de Amerikaanse pianist Derek Han minder geschikt om recht te doen aan de keizerlijke allure van Beethovens Vijfde pianoconcert. Als het pianospel van Han al iets uitstraalt, dan is dat ijver, doorzettingsvermogen en een ijzeren discipline. Sportief en dartel hamert Han er op los. Vrijwel elke noot, ook in de lyrische frases, voorziet hij van een puntje, alsof de muziek uit morsetekens zou bestaan. Van Zweden keerde Han beleefd de rug toe en ging gewoon zijn eigen gang. Zo klonk het orkest in alle delen betekenisvol en onderhoudend, en die glanzende orkestomlijsting verschafte het inhoudsloze spel van Han toch nog enige allure.

Het noodlot sloeg naar behoren toe in het openingsdeel van Tsjaikofski's Vierde symfonie, waarvan wel het obsessieve karakter tot zijn recht kwam, maar niet de samenhang tussen de fatale en dromerige passages. De ritmes en tegenritmes wilden zich onder Van Zwedens gedreven gestiek maar niet aaneenvoegen tot dat universele, complexe maar toch samenhangende drama van de mensheid, dat Tsjaikofski voor ogen stond. Overtuigender klonk de melancholieke expressie van het Andantino, die werd gevolgd door een fraai gedoseerd kanonnevuur aan schimmige, in pizzicati uitgedrukte fantasieën. In de folkloristische finale onderhield Van Zweden zijn gehoor als een circusdirecteur, die niets te dol is zolang het hooggeëerde publiek zich vermaakt.

Concert: London Philharmonic Ochestra o.l.v. Jaap van Zweden, m.m.v. Derek Han (piano). Werken van Adams, Beethoven en Tsjaikofski. Gehoord: 25/9 Concertgebouw Amsterdam. Herh.: 27/9 Vredenburg Utrecht.