Turks Fruit

Als Jan Wolkers op zijn praatstoel zit, moet je hem er zolang mogelijk op laten zitten, want iedereen die na hem komt, kan alleen maar tegenvallen.

Helaas waren ze bij het Nederlands Film Festival in Utrecht niet op de hoogte van dit bekende adagium uit de wereld van het Nederlandse praatprogramma. Philip Freriks sprak zaterdagavond daarom maar een kwartiertje met Wolkers in zijn dagelijkse talkshow op het filmfestival. Daarna moest de schrijver plaatsmaken voor filmers en acteurs die de gave van het woord aanzienlijk minder machtig waren. (`Wat trekt je aan in je rol?' ,,Het geheimzinnige ervan, ja, eh...het geheimzinnige.') Er ontstond alleen nog enige beroering toen vijf jonge filmers, lid van een zich `De Fantasten' noemende groep, zich kwamen uitspreken tegen het realistische karakter van de Nederlandse speelfilm. De verbeelding moest weer aan de macht. Wat zou ze tegenhouden? Gebrek aan subsidiegelden, beweerden ze. Zou een briljant regisseurstalent zich daar echt door laten fnuiken?

Jan Wolkers was toen al uit het uitpuilende zaaltje verdwenen. Hij moest weer terug naar het galafeest voor de Nederlandse film van de eeuw, Turks Fruit. Op dat feest moet hij de enige zijn geweest die gehuld was in een leren jack en een vormloze vrijetijdsbroek, alsof hij zo uit zijn atelier op Texel was weggelopen. Wolkers is nooit een man voor black tie geweest.

Wat hij de beste Nederlandse film van de eeuw vond? Turks Fruit natuurlijk. `En ik kan het heel objectief beoordelen.'

Ik heb me altijd afgevraagd hoe goed Wolkers de verfilming van zijn boek werkelijk vindt. Maar dat komt misschien omdat ik die film zelf nooit zo geweldig heb gevonden – veel minder goed dan het boek in ieder geval. Ik vond het, zoals al het werk van Paul Verhoeven, een nogal platte, banale film. Dat zoiets wordt uitgeroepen tot het Nederlandse filmmeesterwerk van de eeuw, zegt meer over het Nederlandse filmklimaat dan over de kwaliteit van die film. Verhoeven als de Fellini van de Lage Landen – we zullen ermee moeten leren leven.

Wolkers toont zich op het eerste gezicht altijd ingenomen met die film, maar als hij erover doorpraat, komt er steevast enige kritiek boven. Op de vraag of hij er bemoeienis mee had gehad, zei hij in 1988 in de VPRO-Gids: `Nee, maar ik heb er wel eens een paar dingen over gezegd, waar ze natuurlijk niet naar hebben geluisterd. Ik vond bijvoorbeeld dat er zoveel gehuppeld werd. Er kan niemand gewoon lopen in die film.'

En zaterdagavond zei hij tegen Freriks: `Ik zou een heel andere film hebben gemaakt. Het boek is veel gecompliceerder. Schijnbaar is het een eenvoudig liefdesverhaal, maar er zit veel meer onder.'

Wolkers klonk heel wat enthousiaster over zijn favoriete film van de eeuw: Citizen Kane van Orson Welles. `Ik heb hem laatst in Dublin voor de elfde keer gezien. De jongens zagen hem voor het eerst en vroegen na afloop: `Heb je gehuild, pa?' `Ja, zei ik, ik heb gehuild.'